Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

break - (bij tennis: winst van een game waarin de tegenstander serveert)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

brik 1 zn. ‘open, vierwielig rijtuig’
Nnl. break ‘zeker rijtuig’ [1886; Kramers], brik ‘zeker rijtuig’ [1898; WNT].
Ontleend aan Engels break met als nevenvorm brake ‘zeker rijtuig; rem’ [1874; OED]. Het rijtuig werd ook gebruikt om jonge paarden af te richten (Engels break a horse); het zn. break is afgeleid van dit werkwoord break ‘africhten’ of hangt samen met Middelengels brake ‘teugel, bit en hoofdstel’ [1430], dat wrsch. ontleend is aan mnl. braeke, brake ‘neusring voor een trekos’ (OED) of ‘kinketting (van paarden)’ [ca. 1340; MNW].
break zn. ‘stationcar’. Nnl. break ‘stationcar’ [1992; Koenen/Smits]. Ontleend aan Frans break ‘stationcar’ [1951] < Engels break ‘stationcar’, eerder al ‘carrosserie van een auto’ [1900], eerder ‘vierwielig rijtuig’. Misschien hetzelfde woord als Engels brake ‘kooi, frame’ [16e eeuw; ODEE], van onbekende herkomst. In Nederland wordt het woord in deze betekenis alleen gebruikt bij Franse automerken, overigens is de pseudo-Engelse term → stationcar gebruikelijker.

EWN: brik 1 zn. 'open, vierwielig rijtuig' (1886)
ANTEDATERING: eene fraai getuigde brik en eene ... met vier paarden bespannen calèche [1846; AHB 16/9]
Later: een goed onderhouden Afrijwagen of Break [1859; AHB 18/4] (EWN: 1886)
EWN: ♦ break zn. 'stationcar' (1992)
ANTEDATERING: eerst in typenaam van auto's: de stationcar van Citroën, de ID 19 ... Break [1958; LC 3/10]
Later: Drie verschillende uitvoeringen van de 1500 als break [1964; Leidsch dagblad Ld) 2/10] (EWN: 1992)
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

break [brik] {1886} < engels break [wagentje zonder carrosserie], van to break [breken, africhten van paarden].

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

break (Engels break)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

break bij tennis: winst van een game waarin de tegenstander serveert 1984 [GVD] <Engels

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut