Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

brassen - (de ra's verstellen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

bras 1 zn. ‘scheepstouw’
Vnnl. bras ‘scheepstouw’ [1598; WNT waarnemen].
Ontleend aan Frans bras ‘bras’ [13e eeuw], eerder al bras, braz ‘arm’ [1080; Rey], teruggaand op vulgair Latijn bracium < Latijn bracchium ‘arm’ < Grieks brakhiōn ‘arm, poot’, wrsch. een substantivering van het bn. brakhiōn ‘kort’.
Een bras is een van de twee touwen die zijn bevestigd aan de nokken van een ra. De brassen zijn dus als het ware de armen van de ra, vanwaar de benaming. Aan het Nederlands is als scheepsterm Duits Brasse en wrsch. ook Fries bras ontleend.
brassen 1 ww. ‘de ra's door middel van de brassen richten’. Vnnl. braste 't zeil ‘stelde het zeil met behulp van de brassen’ [1685; WNT]. Afleiding van het zn.

EWN: ♦ brassen 1 ww. 'de ra's door middel van de brassen richten' (1685)
ANTEDATERING: bras recht u focke-ra [1671; iWNT opgorden]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

brassen2 [de ra's verstellen] {1685} van bras1.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

brassen 1 ww. ‘zeil verstellen naar de wind’ afgeleid van bras 1.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

brassen I (scheepsterm) ww. Van bras I.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

brassen 1 o.w. (scheepsterm), van bras 1.

Thematische woordenboeken

C.H.Ph. Meijer (1919), Woorden en uitdrukkingen verklaard door Dr. C. H. Ph. Meijer, Amsterdam

Brassen. Dit woord komt voor in de bet. brouwen en is dan natuurlijk het fra. brasser. Verder heeft het de bet. van door middel van een der brassen (zekere touwen) van de ra, deze en daardoor het zeil in de goede richting tegenover den wind stellen. De naam bras is hier waarschijnl. ontleend aan ’t fra. bras [de vergue]. De bet. smullen, vooral overdadig zich te goed doen is waarsch. een geheel ander woord, en heeft zijn tegenwoordige bet. waarsch. ontleend aan een andere bet., die ’t nog in Z.-Ned. heeft: morsen met eten. Verg. voor den overgang uitdrukkingen als: slordig drinken = overdadig drinken.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

brassen ‘de ra's verstellen’ -> Duits brassen ‘de ra's verstellen’; Deens brase ‘de ra's verstellen’; Noors brase ‘de ra's verstellen’ (uit Nederlands of Nederduits); Pools brasować ‘de ra's verstellen’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

brassen de ra's verstellen 1685 [WNT]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal