Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

brandgans - (eendachtige)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

brandgans* [soort zeegans] {1599} engels brant goose, brend goose, hoogduits Brandgans, zweeds brandgås; het eerste lid brand [vuur], maar vgl. ook middelnederlands swart als een brant [zwart als een verkoold stuk hout]; het dier is zo genoemd naar de donkere rugkleur, vgl. brandvos.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

brandeend, brandgans v., + Eng. brantgoose, om de roodbruine kleur.

Thematische woordenboeken

H. Blok en H.J. ter Stege (2008), De Nederlandse vogelnamen en hun betekenis, 4e editie, Leidschendam

BRANDGANSBranta leucopsis
Duits Weiswangengans
Engels Barnacle Goose
Frans Bernache nonnette
Fries Paugoes
Betekenis wetenschappelijke naam: zwarte gans met wit gezicht. De oudst bekende bron van ‘brand’ is het Oudnoorse brandr, dat o.m. ‘brandend stuk hout’ betekent. De zwarte kleur van verkoold hout komt overeen met die van de hals en borst van de Brandgans. Zoals eerder vermeld is ‘gans’ een klanknabootsend woord. Hij is ook Brand (ZVl) en Brandeend genoemd, wat vermoedelijk is ontstaan onder invloed van het Duitse Brandente, een naam die overigens de Bergeend betreft. De Friese naam, die elders Pauwgaans (Gr), Pauwganze (ZBW), Pawwgâns (SFr) en Pouwtje (ZBW) is, houdt verband met de trotse manier van lopen – “zo trots als een pauw” is de uitdrukking – terwijl misschien ook de zwartblauwe, witgerande dwarsbanden op z’n rug met die van een pauw zijn vergeleken. Uit het contrast tussen de zwarte kruin en witte wangen zijn naast bovenvermelde namen ook Nongaans (Gr), Nonnetje (NB) en Aonnetjesganze (ZVl) ontstaan, waarmee op een ‘gekapte’ non wordt gedoeld. Zijn overwegend zwart-witte uiterlijk en blaffende geluid bezorg de hem de namen Bontje (Tho), Bonte Blaffe (Eem), Blaffer (Eem), Krakker (Sco) en Kakelaar (Tho). Zo verklaarde destijds iemand die op een avond door het veld liep, dat hij jachthonden hoorde naderen. Pas toen het geluid dichterbij kwam en tenslotte boven z’n hoofd was begreep hij dat er gakkende ganzen overtrokken. Ook Dondergans of Tongergoes (Fr) doelen op het geluid dat zo’n groep ganzen maakt en op onweersgerommel kan lijken. De naam Keergans kan op zijn jaarlijkse terugkeer in het winterseizoen duiden. De Engelse naam kan als ‘eendenmossel gans’ worden vertaald. Ook de wetenschappelijke naam van de Rotgans heeft voornoemde betekenis. De achtergrond ervan ligt besloten in de legende over ganzen die uit eendenmosselen – schaaldieren – worden geboren. De legende heeft zowel op de Rotgans als de Brandgans betrekking omdat men ze destijds nog niet als twee soorten onderkende (vooral de Witbuikrotgans lijkt op de Brandgans) en ze tegen de winter allebei uit hoognoordelijke gebieden naar o.a. de Schotse kust komen. Zo kon het dan ook nog gebeuren dat de Rotgans in Engeland Brent Goose is genoemd.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

brandgans* eendachtige 1599 [Kil.]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut