Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

brandgans - (eendachtige)

Thematische woordenboeken

K.J. Eigenhuis (2004), Verklarend en etymologisch woordenboek van de Nederlandse vogelnamen, Amsterdam

Brandgans Branta leucopsis (Bechstein: Anas) 1803. Middelgrote soort van Gans met wit gezicht en witte buik en zwarte hals, staart, poten en snavel (waardoor brand = ‘zwart’ een klein beetje op z’n plaats is!). De Brandgans werd door Schlegel 1852 “vrij algemeen op den doortrek” genoemd, en hij is dat tot op heden gebleven. Zelfs is het de laatste jaren in N tot broedgevallen gekomen van deze van origine hoogarctische soort. Over het voorkomen vóór c.1780 en de toenmalige naam is niet veel bekend, omdat de Brandgans toen nog niet van de Rotgans onderscheiden werd (vgl. jaartal bij de wetenschappelijke naam).
In deel II van NV van Nozeman & Sepp (1779 en/of 1789) vallen de namen Rotgans (p.190), Bergeend (p.191) en Brand Gans (p.197) voor de respectievelijke soorten (toenmalige = huidige benamingen).
De N naam “Brandgans” is wel ouder dan 1780, want Houttuyn 1763 vermeldt hem; echter, dan wordt met deze naam de Bergeend officieel aangeduid. Als naam voor de Bergeend gaat hij zelfs terug tot Clusius 1605 [Houttuyn 1763 p.24]. In het D heet de Bergeend Tadorna nu nog: Brandgans of ook Brandente.
De gelatiniseerde vorm Branta is aangetroffen bij Turner 1544 [Lockwood 1993 sub Brent Goose; HG 1669 p.2,90].
Brand kan staan voor ‘rood’, wanneer men rechtstreeks afleidt (brandend vuur is lichtrood; zie bijv. onder Barmsijs), of voor roodbruin, wanneer men aan een smeulend vuur denkt (misschien verwijzend naar de roodbruine borstband bij de Bergeend), of voor (roet)zwart bij de gedachte aan de asresten van de brand, of aan zwartbruin alsof geschroeid door brand. In dit laatste geval is de kleur van de Rotgans mooi gekarakteriseerd.
Curry-Lindahl 1959 (p.343) verwijst voor de wetenschappelijke naam Branta naar E brant of brent, terwijl Lockwood 1993 onder Brent Goose juist naar oudnoords Brandgás verwijst. Het lijkt dus wat onzeker uit welke taal de benaming komt die naar de zwarte veren verwijst als ware de vogel verbrand (vgl. sub Brandmees) of de bruinzwarte veren als ware de vogel geschroeid. Dit laatste beeld lijkt het fraaist en het overtuigendst en past dus het mooist bij de E benaming voor de Rotgans, te weten Brent Goose (ook wel gespeld Brant Goose, Am Brant, gelatiniseerde vorm Branta).

H. Blok en H.J. ter Stege (2008), De Nederlandse vogelnamen en hun betekenis, 4e editie, Leidschendam

BRANDGANSBranta leucopsis
Duits Weiswangengans
Engels Barnacle Goose
Frans Bernache nonnette
Fries Paugoes
Betekenis wetenschappelijke naam: zwarte gans met wit gezicht. De oudst bekende bron van ‘brand’ is het Oudnoorse brandr, dat o.m. ‘brandend stuk hout’ betekent. De zwarte kleur van verkoold hout komt overeen met die van de hals en borst van de Brandgans. Zoals eerder vermeld is ‘gans’ een klanknabootsend woord. Hij is ook Brand (ZVl) en Brandeend genoemd, wat vermoedelijk is ontstaan onder invloed van het Duitse Brandente, een naam die overigens de Bergeend betreft. De Friese naam, die elders Pauwgaans (Gr), Pauwganze (ZBW), Pawwgâns (SFr) en Pouwtje (ZBW) is, houdt verband met de trotse manier van lopen – “zo trots als een pauw” is de uitdrukking – terwijl misschien ook de zwartblauwe, witgerande dwarsbanden op z’n rug met die van een pauw zijn vergeleken. Uit het contrast tussen de zwarte kruin en witte wangen zijn naast bovenvermelde namen ook Nongaans (Gr), Nonnetje (NB) en Aonnetjesganze (ZVl) ontstaan, waarmee op een ‘gekapte’ non wordt gedoeld. Zijn overwegend zwart-witte uiterlijk en blaffende geluid bezorg de hem de namen Bontje (Tho), Bonte Blaffe (Eem), Blaffer (Eem), Krakker (Sco) en Kakelaar (Tho). Zo verklaarde destijds iemand die op een avond door het veld liep, dat hij jachthonden hoorde naderen. Pas toen het geluid dichterbij kwam en tenslotte boven z’n hoofd was begreep hij dat er gakkende ganzen overtrokken. Ook Dondergans of Tongergoes (Fr) doelen op het geluid dat zo’n groep ganzen maakt en op onweersgerommel kan lijken. De naam Keergans kan op zijn jaarlijkse terugkeer in het winterseizoen duiden. De Engelse naam kan als ‘eendenmossel gans’ worden vertaald. Ook de wetenschappelijke naam van de Rotgans heeft voornoemde betekenis. De achtergrond ervan ligt besloten in de legende over ganzen die uit eendenmosselen – schaaldieren – worden geboren. De legende heeft zowel op de Rotgans als de Brandgans betrekking omdat men ze destijds nog niet als twee soorten onderkende (vooral de Witbuikrotgans lijkt op de Brandgans) en ze tegen de winter allebei uit hoognoordelijke gebieden naar o.a. de Schotse kust komen. Zo kon het dan ook nog gebeuren dat de Rotgans in Engeland Brent Goose is genoemd.

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

brandgans* [soort zeegans] {1599} engels brant goose, brend goose, hoogduits Brandgans, zweeds brandgås; het eerste lid brand [vuur], maar vgl. ook middelnederlands swart als een brant [zwart als een verkoold stuk hout]; het dier is zo genoemd naar de donkere rugkleur, vgl. brandvos.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

brandeend, brandgans v., + Eng. brantgoose, om de roodbruine kleur.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

brandgans* eendachtige 1599 [Kil.]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut