Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

brandewijn - (soort sterke drank)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

brandewijn zn. ‘soort sterke drank’
Mnl. brantwijn [1300-50; MNHWS]. Ook vormen met metathese komen voor: mnl. barnwiin [1464; MNHWS], bernewin, berndewijn [16e eeuw; MNHWS].
Mnd. bernewin (waaruit ozw. brænnewin, nzw. brännvin), brandewin; mhd. brantwin (nhd. Branntwein ‘brandewijn’ en Weinbrand ‘Duitse cognac’ [eind 19e eeuw]). Het is niet duidelijk of deze vormen aan het Middelnederlands ontleend zijn. Nfri. brandewyn, ba(e)rnde wyn.
Het eerste lid gaat terug op het werkwoord → branden in de betekenis ‘destilleren’; het tweede is → wijn. De oorspr. vorm was (ge)brande wijn.
Engels brandy (wine) en Frans brandevin zijn in de 17e eeuw uit het Nederlands overgenomen, zie → brandy.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

brandewijn [gestookte sterkedrank] {brandewijn, brantwijn 1301-1350} middelnederduits bernewin, brandewin, middelhoogduits brantwīn, eigenlijk ‘gebrande wijn’; het engels brandy is vermoedelijk ontleend aan het nl. via ouder brandwine en frans brandevin; het is niet zeker dat de oorsprong in Nederland ligt, mogelijk in Duitsland.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

brandewijn znw. m., sedert de 14de eeuw brantwijn, vgl. mnd. bernewin, brandewin,

mhd. brantwin (1360), nhd. branntwein. Het woord schijnt van nl. herkomst en duidt ‘gebrande wijn’ aan. — > fra. (18de eeuw) brandevin; > ne. brandy.
FW 90 meent, dat de vorm zonder voorvoegsel ge op een fries-holl. afkomst zou wijzen. Daartegen merkt v. Haeringen, Suppl. 25 op, dat het eerste lid ook de verbaalstam brand zou kunnen zijn.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

brandewijn znw. De vorm brantwijn m. al in de 14. eeuw. = mhd. (sedert 1360) brantwîn (nhd. branntwein), mnd. bernewîn, brannewîn m. Oorspr. = “gebrande wijn”. Als ʼt woord in ʼt Ndl. ouder is dan in het Hd., moeten we den vorm wegens ʼt deelw. zonder ge- voor oorspr. fri.-holl. houden. In andere talen ontleend, bijv. eng. brandy, of vertaald, bijv. čech. pálené vino.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

brandewijn. Met het oog op de vormen brantwijn en vooral mnl. bern(e)wijn (Handwdb.) mnd. bernewin [i.pl.v. mnd. brannewin lees: brandewin] zou het ook zeer goed kunnen, dat het eerste lid niet is op te vatten als deelw., maar als de verbaalstam. Voor de passieve bet. daarvan vgl. dan breikous, snijboon: v.Lessen Samengest. Naamw. 92.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

brandewijn m., gelijk Fr. brandevin, uit Hgd. brantwein: het 1e lid is v.d. zonder ge- van Hgd. brennen (z. barnen).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

brandewyn s.nw.
1. Sterk drank, met omtrent 40 tot 50 persent alkohol, verkry deur gegiste druiwe- of vrugtesap te stook. 2. Sopie brandewyn (brandewyn 1).
In bet. 1 uit Ndl. brandewijn (al Mnl.), so genoem omdat die drank vroeër vervaardig is uit wyn wat gestook of 'gebrand' is. Bet. 2 is 'n leenbetekenis van Eng. brandy (1884). Eerste optekening in vroeë Afr. in 1762 in die samestelling brandewynketel (Scholtz 1972: 117), waarna in Afr. in Patriotwoordeboek (1902).
D. Branntwein (13de eeu). Vanuit vroeë Afr. in S.A.Eng. (1806).

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

bran’dewijn: Surinaamse brandewijn (de), (veroud.) rum. Sullende de voorszegde vreemde vaartuygen alleen vandaar [uit Sur.] mogen medenemen meelassis, Zurinaamse brandewijn, gesaagt hout als balken, planken en boomstukken en voorts alle andere waren ende koopmanschappen uyt de Vereenigde Nederlanden op Zuriname gebracht (plak. van 1704; S&dS 254). - Etym.: Gestookt uit suiker, i.t.t. de b. in Nederland die gestookt wordt uit graan. Oudste vindpl. plak. van 1676 (Zerrenamse brandewijn; zie S&dS 78).

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (1998), Geleend en uitgeleend: Nederlandse woorden in andere talen en andersom, Amsterdam

brandewijn

Alcoholische dranken als brandewijn en jenever worden gemaakt door destillatie van gegiste dranken op basis van zetmeel. Naar het proces van destilleren heet sterkedrank ook wel gedestilleerd. Bij het destilleren, dat plaatsvindt om de hoeveelheid alcohol te verhogen, maakt men gebruik van het feit dat het kookpunt van alcohol lager ligt dan dat van water. Wanneer het gegiste mengsel tot minder dan 1000C wordt verwarmd, verdampt de alcohol eerder, waardoor de opgevangen damp een hoger alcoholpercentage heeft dan het verwarmde gegiste mengsel. Sterkedrank bevat gemiddeld tussen de 40 en 50 procent alcohol, terwijl bier meestal slechts tussen de 3 en 6 procent alcohol bevat.

De kennis omtrent het destilleren is volgens Jenever in de Lage Landen van Eric Van Schoonenberghe (waaraan de historische informatie van dit stukje grotendeels is ontleend) in het Westen overgenomen van de Arabieren, die parfums destilleerden uit vers geplukte bloemen. Het oudste destillaat dat in de Nederlanden genoemd werd — in de dertiende eeuw door Jacob van Maerlant in Der Naturen Bloeme —, was rosen watre ‘rozenwater’: een destillaat van verse rozenbladeren dat als geneesmiddel werd gebruikt.

Pas later ging men alcohol destilleren. Aanvankelijk gebruikte men wijn, dus gegist sap van druiven, als basis voor het destilleren. Het procédé van het destilleren van wijn is voor het eerst in Italië genoemd, en waarschijnlijk op de hogeschool van Salerno bedacht of in ieder geval van daaruit verbreid. Omstreeks 1150 schreef magister Salernus een traktaat De aqua ardente ‘over brandend water’, waarin hij vermeldde dat men op dezelfde manier als waarop rozenwater gemaakt werd, ook een brandbaar water uit wijn kon maken. Vanuit Italië verbreidde de kennis omtrent het procédé van het branden van wijn zich over de rest van Europa, vooral vanwege de vermeende medische eigenschappen van de drank: in 1320 werd bijvoorbeeld brandewijn in Duitsland ingevoerd vanuit Modena als remedie tegen de heersende pestepidemie. Het geloof in de heilzame werking van sterkedrank heeft lang standgehouden, want nog tijdens de cholera-epidemie van 1830-1840 werd schnaps in Duitsland gepropageerd als geneesmiddel tegen deze ziekte!

De Latijnse verbinding aqua ardens verwees naar de grote brandbaarheid van het destillaat. Een Latijns synoniem was aqua vitae, letterlijk ‘water des levens’, wat herinnert aan de opvatting van de alchimisten dat alcohol het levenselixer is. De Latijnse termen werden in het Nederlands vertaald als ‘levende of barnende [brandend] water’. Aqua ardens en aqua vitae werden als geneesmiddel gebruikt, in de chemie als oplosmiddel en dergelijke, en vanwege de brandbaarheid als oorlogswapen. In de vijftiende eeuw evolueerde de brandewijn van geneesmiddel tot genotmiddel.

Destilleren van drank wordt ook wel stoken of branden genoemd, naar het gebruik van warmte bij het destilleren. De gedestilleerde wijn — die ontstond door een aantal destillaties of ‘barningen’ [brandingen] — kreeg dan ook de naam brandewijn. Tegenwoordig is brandewijn synoniem aan sterkedrank of gedestilleerd; deze betekenisverschuiving is al heel oud: al in de zestiende eeuw was sprake van brandewijn die gemaakt was van mede of bier, dus niet meer van wijn.

In het Nederlands komen de vormen brandewijn, brantwijn voor vanaf de eerste helft van de veertiende eeuw. Ze zijn afgeleid van gebrande wijn, waarbij ge- wegviel, net als in taptemelk van getapte melk. In het Duits kwam in de dertiende eeuw de vorm gebranter w_n ‘gebrande wijn’ voor, en in de veertiende eeuw brantw_n, waarbij ge- van het deelwoord was weggelaten (een procédé dat in het Duits vooral in de zestiende eeuw dikwijls voorkwam) en de woorden samengetrokken werden; het eerste lid werd nog verbogen — Schiller (1759-1805) noemt bijvoorbeeld de vierde naamval Brandtenwein. De Nederlandse en Duitse benamingen zullen wel mede beïnvloed zijn door het Latijnse aqua ardens, waarin eveneens sprake is van het aspect ‘branden’. Dat blijkt onder andere uit het lemma bij Kiliaan (1599), die ook spreekt van ‘brandende wijn’:

Brand-wijn, brandende wijn. Aqua ardens, aqua vitae, vinum igne liquatum, vinum ardens, causti­cum, liquor stillatitius ex vino; dici­tur brand-wijn: et bran­dende wijn, i. ardens, quia facile ardet flam­mam­que concipit.
Letterlijk vertaald: ‘brandend water, levenswater, wijn die door vuur is gedestilleerd, brandende wijn, gebrand, drank gedestilleerd uit wijn; genaamd brand-wijn en brandende wijn — brandend genoemd, omdat hij gemakkelijk brandt en vlam vat’
.

In 1552 schreef Philippus Hermanni een verhandeling over ‘hoe men ghebranden wijn sal distileren’, waarin hij voor het eerst de alcoholische dampen ‘gheesten’ noemt: ‘die gheesten oft crachten des Wijns die vander hitten opghedreven worden’ — nog steeds worden alcoholische dranken geestrijke dranken genoemd! De term zal wel gebaseerd zijn op het Latijn, want in het Latijn heet de alcoholische damp spiritus vini, waarvan ons wijngeest een letterlijke vertaling is.

De Nederlandse en Duitse woorden voor ‘brandewijn’ zijn ongeveer even oud, en het is dan ook moeilijk uit te maken of de woorden in beide talen onafhankelijk van elkaar zijn ontstaan, of dat het woord van de ene taal door de andere is geleend. Het Woordenboek der Nederlandsche Taal meent dat het Duitse woord uit het Nederlands is geleend. Hiervoor pleit dat zowel het Frans als het Engels het Nederlandse woord heeft overgenomen. Mogelijkerwijs is de reden hiervoor, dat de commerciële toepassing van het destilleren van wijn uit Nederland stamt. De Encyclopaedia Britannica meent namelijk dat de mogelijke oorsprong bij een zestiende-eeuwse Nederlandse scheepskapitein ligt, die wijn voor verscheping concentreerde met de bedoeling water toe te voegen als hij de thuishaven had bereikt. De geconcentreerde drank werd echter een onmiddellijk succes en aanlenging bleek niet nodig.

In het Frans is brandevin voor het eerst gevonden in 1641. Waarschijnlijk is het woord bij de zeventiende-eeuwse schermutselingen tussen Fransen en Spanjaarden op Vlaams grondgebied door soldaten overgenomen: de eerste vermelding is in een brief van Richelieu, die spreekt over soldaten die met brandewijn dronken moeten worden gevoerd. In oude Franse woordenboeken werd het woord als volkstaal beschouwd. Dit klopt ook met de Nederlandse situatie. Brandewijn werd in de Middeleeuwen alleen gebruikt als geneesmiddel, maar begin zeventiende eeuw werd het verbreid als sterkedrank, waarbij het vooral door de gewone man gedronken werd; pas begin negentiende eeuw vervingen de hogere kringen hun wijn en bier door sterkedrank. Het is opmerkelijk dat het woord niet eerder door de Fransen is overgenomen, want Vlamingen speelden volgens Jenever in de Lage Landen al eind zestiende eeuw een belangrijke rol als stokers in bijvoorbeeld het Franse La Rochelle, waar de sterkte van de brandewijn begin zestiende eeuw werd uitgedrukt in épreuve d’Hollande ‘Hollandse proef’ (d.w.z. alcoholische sterkte).

In het Engels is brand-wine in 1622 gevonden; al in 1657 werd dit woord verkort tot brandy, maar tot eind zeventiende eeuw gebruikte men in officiële teksten (belastingtarieven, parlementaire stukken) de lange vorm, die men echter ging beschouwen als een samenstelling van brandy en wine en daarom spelde als brandy wine. Het woord brandy, dat een sterkedrank van wijn of, minder vaak, gegiste vruchten aanduidt, heeft een zegegang over de wereld gemaakt: de meeste talen, waaronder het Nederlands, hebben het uit het Engels overgenomen, vergelijk Duits Brandy, Deens, Frans, Italiaans, Pools, Zweeds brandy, Indonesisch brendi en recent ook Russisch brendi. Het woord duidt dan een speciale vorm van brandewijn aan, zoals vervaardigd in Groot-Brittannië.

Het Nederlandse woord is tot in de Scandinavische talen doorgedrongen. Het Zweeds heeft in de tweede helft van de vijftiende eeuw brännvin ontleend aan het Nederduits of Nederlands. Ook het Deense brændevin is uit het Nederduits of Nederlands geleend.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

brandewijn ‘gestookte sterkedrank’ -> Engels brandy ‘gestookte sterkedrank’; Duits Brandy ‘Engelse benaming voor cognac’ ; Duits Branntwein ‘gestookte sterkedrank’; Deens brandy ‘gestookte sterkedrank’ ; Deens brændevin ‘gestookte sterkedrank’; Zweeds brännvin ‘gestookte sterkedrank’ (uit Nederlands of Nederduits); Zweeds brandy ‘gestookte sterkedrank’ ; Frans brandy ‘gestookte sterkedrank’ ; Frans brandevin ‘gestookte sterkedrank’; Italiaans brandy ‘gestookte sterkedrank’ ; Portugees brande ‘gestookte sterkedrank’ ; Tsjechisch brandy ‘gestookte sterkedrank’ ; Slowaaks brandy ‘gestookte sterkedrank’ ; Pools brendi ‘gestookte sterkedrank’ ; Kroatisch brendi, brandy ‘gestookte sterkedrank’ ; Macedonisch brendi ‘gestookte sterkedrank’ ; Servisch brendi ‘gestookte sterkedrank’ ; Sloveens brendi, brandy ‘gestookte sterkedrank’ ; Russisch brendi ‘gestookte sterkedrank’ ; Bulgaars brendi ‘gestookte sterkedrank’ ; Grieks mpranti /brandi/ ‘gestookte sterkedrank’ ; Maltees brandi ‘gestookte sterkedrank’ ; Esperanto brando ‘gestookte sterkedrank’ ; Arabisch (MSA) brāndī ‘gestookte sterkedrank’ ; Akvambu abronsa ‘gestookte sterkedrank’; Zuid-Afrikaans-Engels brandewyn ‘gestookte sterkedrank’; Noord-Sotho poranti ‘gestookte sterkedrank’ ; Tswana boranti ‘gestookte sterkedrank’ ; Xhosa branti ‘gestookte sterkedrank’ ; Zoeloe bhrendi ‘gestookte sterkedrank’ ; Zuid-Sotho boranti ‘gestookte sterkedrank’ ; Javaans branduwin ‘gestookte sterkedrank’; Amerikaans-Engels brandy ‘gestookte sterkedrank’; Delaware-Jargon brandywyne ‘gestookte sterkedrank’; Mahican p'natt'weñ ‘gestookte sterkedrank’; Arowaks barandina ‘gestookte sterkedrank’; Karaïbisch palantewin ‘gestookte sterkedrank’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

brandewijn gestookte sterkedrank 1301-1350 [HWS]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut