Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

Brakel - (geografische naam)

Thematische woordenboeken

G. van Berkel & K. Samplonius (2018), Nederlandse plaatsnamen verklaard

Brakel1 (Alphen-Chaam, NB)
1422 ten Breekelen1, 1709 tot Braeckel2, 1865 Brakel3; Gaat vermoedelijk terug op brakel, een afleiding met -l- suffix van braak 'diepgeploegd, gebroken land, akkerland ontgonnen in heidegrond'4. Zie echter ook → Brakel2 en → Bruggelen.
Lit. 1Buiks e.a. 1993v 1 562, 2Idem 2 10, 3Kuyper Alphen en Riel, 4Moerman 1956 41, WNT sv, DOB 86.

Brakel2 (Zaltbommel, Gl)
1212 Brakel1, 1233 aqueductum de Bracele2, 1258 Brakele3, 1398 to Brackel3, 1430 Brakel3; Een samenstelling van lo 'licht, open bos' en germ. *brakô- 'twijg, tak, struikgewas'. De in oudere literatuur vermelde betekenis 'varen' van *brakô berust op een misverstand, vergelijk mnd. brake 'tak, twijg, struikgewas', oostfri. brak 'struikgewas', oe. *bracu in fearnbraca 'varenstruik', me. brake 'struikgewas', nno. brake 'jeneverbesstruik', nzwe. brakar 'struikgewas' en het aan het Middelnederduits ontleende zw. dial. brakel 'bos van weinig waarde'4. Nnl. brakel als afleiding van braak 'diepgeploegd, gebroken land, akkerland ontgonnen in heidegrond'5 is een ander woord6, dat mogelijk schuilt in → Brakel1. Een verdwenen Brakel ten noordwesten van Wageningen heette 838 kopie 11e eeuw Bracola7. Zie ook → Bruggelen.
Lit. 1Gysseling 1960 182, 2OBHZ 554, 3NGN 3 (1893) 62, 4Naamkunde 33 (2002) 49v, 5Moerman 1956 41, 6WNT sv, 7Künzel e.a. 1989 97.

Hosted by Meertens Instituut