Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

braille - (blindenschrift)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

braille zn. ‘blindenschrift’
Nnl. Braille-schrift [1899; Woordenschat].
Internationale term, genoemd naar de Fransman Louis Braille (1809-1853).
Braille werd op jonge leeftijd blind en kwam in 1819 op de blindenschool Institut des Jeunes Aveugles in Parijs. Op die school werd in 1821 geëxperimenteerd met een in 1819 door de Franse officier Charles Barbier ontworpen schrift dat bestond uit punten en streepjes, en bedoeld was om ook in het donker boodschappen te kunnen ontcijferen. Louis Braille werkte dit schrift verder uit tot een systeem met cellen van zes puntjes. De naam van Braille werd bekend door toedoen van Joseph Gaudet, die in 1844 een pamflet uitgaf over het nieuwe schrift. In de tweede helft van de 19e eeuw werd het snel algemeen in het blindenwerk.
Lit.: Sanders 1993

EWN: braille zn. 'blindenschrift' (1899)
ANTEDATERING: het puntschrift van BRAILLE [1845; Woordenboek voor vrijmetselaren 2, 82]
Later: Braille-schrift [1877; AHB 8/8] (EWN: 1899); in "Braille" gekopieerd [1893; NvdD 20/7]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

braille [schrift voor blinden] {1898} < frans braille, genoemd naar de uitvinder ervan Louis Braille (1809-1852).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

braille s.nw.
Soort skrif vir blindes met verhewe lettertekens wat met die vingers onderskei kan word.
Uit Eng. braille (1853) of Ndl. braille (1898).
Eng. braille en Ndl. braille uit Fr. braille. Die skrif is vernoem na die blinde Louis Braille deur die onderwyser wat dit in 1834 ontwerp het.
D. Braille.

Thematische woordenboeken

T. Beijer en C.G.L. Apeldoorn (1996), Woordenboek van medische eponiemen, Houten

braille: het door Louis Braille uitgevonden reliëfschrift voor blinden. Het bestaat uit combinaties van punten. Het eponiem brailleren betekent ‘in brailleschrift overbrengen’.
Louis Braille (1809-’53) was de jongste zoon van een zadelmaker in het Franse dorpje Coupvray in de buurt van Parijs. Louis was drie jaar oud toen hij zich per ongeluk met een priem uit zijn vaders werkplaats in een van zijn ogen stak en binnen enkele maanden werd hij door een ontsteking die zijn andere oog aantastte (sympathische oftalmie) volledig blind. Ondanks zijn handicap werd hij een vaardig cellist en organist. Op zijn tiende jaar kreeg hij een beurs voor het Institut des jeunes aveugles in Parijs. De directeur van het instituut, Haüy, had met zijn systeem van Romeinse reliëfletters nog weinig succes geboekt: de letters waren ‘onleesbaar’ voor de blinde pupillen. Toen Louis op het instituut kwam, waren er slechts drie boeken in de bibliotheek die in het schrift van Haüy waren overgezet. De vernuftige Braille zag al spoedig de tekortkomingen van dit schrift en besloot zelf een systeem te ontwerpen dat zijn lotgenoten in staat zou stellen zowel te lezen als te schrijven. Braille's uitgangspunt was het zogenaamde ‘nachtschrift’ (écriture nocturne) van de Franse artillerie-kapitein Charles Barbier, een systeem dat gebruik maakte van een raster van twaalf puntjes en bedoeld was om de soldaten op het nachtelijk slagveld berichten te laten doorgeven (Sanders). Braille onderkende al spoedig het zwakke punt in Barbiers schrift: de twaalf puntjes waren voor een niet-blinde gemakkelijk te overzien, maar uitermate gecompliceerd voor lezende vingers en onhandig om in te schrijven. Hij bracht meer logica in het systeem en bracht het basisrooster van twaalf tot zes puntjes terug, verdeeld over twee kolommen van drie puntjes. Zijn zespuntige systeem, met 63 mogelijke combinaties, kon niet alleen voor het alfabet, maar ook voor letter- en wiskundetekens en zelfs voor muziekschrift worden gebruikt.
In 1829 werd Braille's 32 bladzijden tellende boekje door het instituut in het oudere systeem met de Romeinse reliëfletters uitgegeven. Officieel werd zijn schrift pas in 1854 door het blindeninstituut aanvaard. Enkele jaren tevoren, in 1837, was een eerste volledig brailleboek verschenen. In 1878 werd het schrift door een internationaal congres te Parijs erkend en in 1932 gesystematiseerd voor de Engelstalige wereld. Van 1828 tot aan zijn overlijden was Braille als docent aan het Parijse instituut verbonden. Honderd jaar na zijn dood kregen de stoffelijke resten van de ‘Gutenberg van de blinden’ (Boorstin) in het Panthéon een plaats tussen Frankrijks nationale helden.

E. Sanders (1993), Eponiemenwoordenboek: Woorden die teruggaan op historische personen, Amsterdam

braille, schrift voor blinden
Als het alleen aan Louis Braille had gelegen was zijn blindenschrift nu zeker vergeten.
Braille werd op 4 januari 1809 in het Franse dorpje Coupvray geboren als nakomertje van een zadelmaker. Op driejarige leeftijd verbleef het nieuwsgierige jongetje even alleen in de werkplaats: hij probeerde zelf in leer te snijden, schoot uit en stak in zijn rechteroog. Door een infectie was hij een paar maanden later ook blind aan zijn andere oog.
Op zijn tiende kreeg Braille een beurs voor het Institut des Jeunes Aveugles in Parijs. Hij was de jongste leerling en bleek zeer begaafd: hij had een superieur geheugen en leerde in korte tijd piano, orgel en viool spelen.
Toen Louis op het blindeninstituut kwam, telde de schoolbibliotheek drie boeken. De tekst was in grote reliëfletters gezet, met als gevolg dat ieder boek zo’n twintig delen omvatte die tezamen ongeveer 180 kilo wogen.
In 1821 werd op de school een nieuw schrift uitgeprobeerd. Het bestond uit puntjes en streepjes en was in 1819 uitgevonden door de Franse artillerie-kapitein Charles Barbier. Barbier had het ontwikkeld om ’s nachts aan het front geschreven boodschappen te kunnen doorgeven.
Barbiers schrift had verschillende tekortkomingen maar zette de twaalfjarige Braille aan het denken. Hij begon te werken aan een eigen schrift en bedacht in de zomer van 1824 het systeem van een cel met zes punten, verdeeld over twee kolommen van drie. Het kort daarvoor uit Italië overgewaaide dominospel diende mogelijk als inspiratiebron.
In 1825 maakte Braille zijn eerste schrijfplank en tussen zijn vijftiende en twintigste bracht hij talloze verbeteringen aan in zijn schrift: afkortingen, leestekens en zelfs een notatiesysteem voor bladmuziek. In 1837 verscheen het eerste volledige brailleboek: een vaderlandse geschiedenis in drie kloeke delen.
Braille was tegen die tijd docent aan het blindeninstituut. Alle leerlingen gebruikten zijn systeem maar moesten dit stiekem doen. De nieuwe directeur had het namelijk verboden omdat de investering in reliëfboeken anders voor niets was geweest. Bovendien vond hij dat blinden hetzelfde schrift moesten leren als zienden.
Braille was te timide om voor zijn uitvinding op te komen. Daarom nam adjunct-directeur Joseph Gaudet dat op zich. Gaudet is later wel Brailles apostel genoemd. Op 22 februari 1844, bij de opening van het nieuwe gebouw, overhandigde Gaudet de bezoekers een in het geniep geschreven pamflet over het brailleschrift. De demonstratie die daarop volgde had zo’n succes, dat zelfs de directeur overstag ging.
Gaudet verzorgde vervolgens een stroom publikaties in brailleschrift, waaronder het eerste tijdschrift. Voorbeelden van het schrift werden in alle talen vertaald en eind 19de eeuw duikt het begrip in Nederlandse woordenboeken op.
Braille zelf was vanaf zijn 35ste door een slepende t.b.c. te zwak om de hele dag les te geven. Hij stierf op 6 januari 1853, 44 jaar oud. Buiten het blindeninstituut was hij zo goed als onbekend. Brede internationale erkenning van zijn schrift liet nog een kwart eeuw op zich wachten, maar precies honderd jaar na zijn dood werden zijn stoffelijke resten overgebracht naar het Panthéon, om te worden bijgezet tussen Frankrijks nationale helden. Alleen zijn handen bleven achter in zijn geboortedorp, in een verzegelde betonnen kist op zijn grafsteen.
Dateringen of neologismen

Nicoline van der Sijs (2015-heden), Jaarwoordenzoeker ‘Een woord uit elk jaar 1800-heden’, zie ook bij Onze Taal

braille [‘blindenschrift’] (1845). De Fransman Louis Braille (1809-1852) ontwikkelt vanaf 1829 het brailleschrift voor blinden. Het eerste Nederlandstalige woordenboek waarin van de nieuwe uitvinding melding wordt gemaakt, is het tweede deel van het Algemeen wijsgeerig, geschiedkundig en biographisch woordenboek voor vrijmetselaren uit 1845. In het blindeninstituut St. Henricus in het Nederlandse Grave wordt het brailleschrift spoedig na de oprichting in 1859 ingevoerd. In België wordt het brailleschrift omstreeks 1900 in het blindenonderwijs ingevoerd.

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

braille schrift voor blinden 1898 [GVD] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut