Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

brageren - (pronken)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

brageren [pronken] {braggheren 1539} < oudfrans braguer [idem], van brague = braie < latijn bracae, een uit het gallisch overgenomen benaming van de wijde gallische broek; brague kreeg ook de betekenis van ‘een naar voren stekend onderdeel van het harnas, ter bescherming van de geslachtsdelen’ → bracket, broek1, brogue.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2002), West-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de West-Vlaamse woorden, Amsterdam

brageren, -ieren, ww.: brassen, goede sier maken. Mnl. brageren ‘pralen’; Vroegnnl. braggheren ‘lenociniis superbare, speciose ingredi, superbe incedere, ostentare’ (Kiliaan). Mfr. braguer ‘pralen’; E. to brag ‘opscheppen’.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

brageren ‘pronken’ -> Duits dialect brageren, braggeern, brageeren, bragweeren ‘(vroeger vaak over dronken mensen gezegd) tekeergaan, lopen te schreeuwen, opzien baren’; Negerhollands pracheer ‘pochen’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut