Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

braaf - (deugdzaam)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

braaf bn. ‘deugdzaam’
Mnl. als bijnaam Jhanne den Brave [1370; Debrabandere 1993]; vnnl. braue ‘woest’ [1588; Kil.], braaf ‘dapper, flink’ [1642; WNT]; nnl. braaf ‘stoer’ [1720; WNT], ‘gehoorzaam, oppassend’ [1769; WNT], ‘niet erg snugger, goedgelovig’ [1782; WNT].
Ontleend aan Frans brave ‘dapper’ [1379; PRobert], wrsch. via Italiaans bravo ‘dapper; woest, ongetemd’ (ook apart ontleend als → bravo) uit Provençaals brau ‘woest’. Dat laatste woord is evenals Catalaans brau, en Portugees en Spaans bravo afkomstig uit Romaans *brabus < *brabarus < Latijn barbarus ‘barbaars’ < Grieks bárbaros ‘buitenlands’, zie → barbaar.
De betekenis heeft zich in het Nederlands ontwikkeld van ‘woest, dapper’ via ‘flink’ tot ‘eerzaam, gehoorzaam, deugdzaam’, dus bijna tot het tegengestelde van de oorspr. Romaanse betekenis. Ook de andere Germaanse talen hebben dit woord aan het Frans ontleend en het zelf verder ontwikkeld in betekenis. Die van Engels brave lijken nog veel op de Franse, maar Duits brav betekent nu ‘gehoorzaam’; Noors en Zweeds bra is het algemene woord voor ‘goed’ geworden.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

braaf [eerzaam, gehoorzaam] {braue 1588 in de betekenis ‘dapper’; de betekenissen ‘eerzaam’ en ‘gehoorzaam’ 1769} < frans brave [dapper, braaf] < italiaans bravo [idem] < latijn barbarus [vreemd, onbeschaafd, ruw, wreed] < grieks barbaros [vreemd, onbeschaafd]; de betekenis ontwikkelde zich van ‘wild’ via ‘moedig’ naar ‘braaf’ (vgl. barbaar); de uitdrukking ‘een brave Hendrik’ voor een sufferd die niets durft, stamt van de spreekwoordelijk geworden titel De brave Hendrik van een schoolleesboekje door Nicolaas Anslijn (1777-1838), dat vele decennia lang werd herdrukt en dat overliep van een suikerzoete braafheid.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

braaf bnw., sedert Kiliaen, die als vreemd woord brave noemt, < fra. brave (16de eeuw) < ital. bravo < spa. bravo ‘wild (van dieren), onvruchtbaar’, dat verder onverklaard is (Gamillscheg 142).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

braaf bnw., sedert Kil.: (onder de vreemde woorden) brave “ferox, feroculus: et bellus, comptulus”. Evenals hd. nd. brav (waaruit de. brav, zw. bra), eng. brave uit fr. brave = it. spa. port. bravo, van onbekenden oorsprong. De bet.-ontwikkeling in ʼt Rom. was “woest” > “dapper” > “bekwaam, voortreffelijk”. Van fr. braver komt ndl. braveeren, sedert Kil.: bravéren “ferocire” (onder de vreemde woorden). Ook hd. bravieren “braveeren”.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

braaf bijv., gelijk Eng. en Hgd., uit het Rom. : Fr. brave, It., Sp. en Port. bravo = wild, dapper, rechtschapen, over een vorm *brabum uit Lat. barbarum: z. bravo en barbaar.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

2bra bw.
1. Taamlik, baie erg. 2. Eintlik. 3. Haas.
In bet. 1 uit Ndl., gewestelik in Antwerps en Limburgs in die vorm bra, met lg. van braaf. Bet. 2 en 3 het in Afr. self ontwikkel. Eerste optekening in Afr. in bet. 1 by Pannevis (1880).

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

bra: – (vroeër ook) braaf – , nou doeb. v. braaf in bet. “in hoë mate; taamlik, baie; eintlik; haas” as bw. v. graad; Ndl. braaf (by vRieb nog in bet. “goeie, dapper”, maar reeds by Wik in huidige funk. soos in versk. Ndl. dial. en in dial. vorm bra) uit Fr. brave (reeds voor middel 16e eeu); v. ook Scho TWK/NR 7, 1, p. 33 en braaf.

braaf: ondanks WAT weinig bek. in Ndl. bet. “goed, deugsaam, regskape; vromerig”, andersyds dikw. (wsk. onder invl. v. Eng. brave) gebr. in bet. “dapper”, soos vroeër nog in Ndl. (vgl. by bra), ontw. v. bet. by Fr. brave, It., Port. en Sp. bravo blb. v. “woes” tot “dapper” tot “flink”, en soms soos in Ndl. “vromerig”; vgl. ook bra.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

braaf (Frans brave)

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Braaf, van ’t Fr. brave = dapper, als ’t ware de hoofddeugd van den soldaat; een braaf soldaat: een soldaat, zooals het behoort, dus: zonder tekortkoming, deugdzaam.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

braaf ‘eerzaam; gehoorzaam’ -> Fries braaf ‘eerzaam; gehoorzaam’; Zweeds bra ‘goed; flink; eerzaam; gehoorzaam’ (uit Nederlands of Nederduits); Negerhollands braav ‘gehoorzaam’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

braaf eerzaam, gehoorzaam 1769 [WNT] <Frans

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

900. Een brave Hendrik,

d.i. een zoete, gehoorzame jongen; ook: een sufferd, een die niets durft; of in een ongunstiger zin een jongen die zich braaf voordoet, een schijnheilige, die ze achter de mouw heeft. Eigenlijk is de Brave Hendrik de titel van een in het begin der vorige eeuw in de scholen veel gelezen boekje, geschreven door Nicolaas Anslijn (1777-1838), waarin aan de jeugd de gedragingen van een zeer zoeten jongen ten voorbeeld worden gesteld. Later verscheen als gevolg hierop De Brave Maria. Zie het Ndl. Wdb. III, 945; Jord. 428; Kalv. I, 19.Zie over N. Anslijn: Nic. Beets, Sparsa, bl. 13-26; aldaar ook de mededeeling, dat de Brave Hendrik in 1849 in het Engelsch verscheen onder den titel ‘The Good Boy Henry or the Young Child's Book of Manners’..

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut