Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

braad - (doorregen runderlappen met been)

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

braad (de), doorregen runderlappen met been. Een van beiden, die de vader was, hield het kindje [dopeling] in doeken gewikkeld op de armen terwijl de peet, onbezonnen, het bundeltje vergeleek met een pakket boodschappen van de slager, waar bij elkaar zes pond biefstuk, braad en soepbeentjes in gewikkeld zaten (C. Ooft 91). - Etym.: Vgl. Mnl. ‘brade’ = weke delen van het vlees (J. de Vries 1971); in N verdwenen, in België als ‘bra’ en ‘braai(e)’ = kuit van het been (WNT). Het heeft associaties, maar geen verwantschap met AN ‘braden’ en ‘gebraad’. - Syn.: braadvlees*. Zie ook: sina*.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal