Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

bouterolle - (sluitstuk van sabelschede)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

bouterolle [sluitstuk van sabelschede] {1847} < frans bouterolle, van bouter (vgl. boutade).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

boedrol, pedrol, zn.: dopper, nagelijzer. Fr. bouterolle ‘dopper, dopbeitel’., afl. van ww. bouter ‘kloppen’ < Onl. bôten ‘slaan’.

boeterol, zn.: dopbeitel, ijzeren bout waarmee goudsmeden een blad hol maken. Fr. bouterolle, afl. van bouter ‘slaan, kloppen’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut