Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

boutade - (geestige uitval)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

boutade zn. ‘geestige uitval’
Nnl. boutade “snelle, wonderlijke inval, vreemde kuur of gril” [1824; Weiland].
Ontleend aan Frans boutade ‘originele, geestige inval’ [1580], een afleiding van het werkwoord bouter ‘stoten, duwen, slaan’ < Frankisch *bōtan ‘stoten, slaan’, zie → beat.
Frans boutade kan in literaire teksten ook betekenen ‘plotselinge, scherpe uitval’; in het Nederlands kan het ook sarcastisch getint zijn.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

boutade [geestige uitval] {1824} < frans boutade, van bouter [terugdringen, verslaan], dat uit het germ. komt, vgl. boten [slaan, kloppen].

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

boutade (Frans boutade)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

boutade geestige overdrijving 1824 [WEI] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut