Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

bourgeois - (burger (uit de bezittende klasse))

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

bourgeois zn. ‘burger (uit de bezittende klasse)’
Mnl. bourgoys ‘burger’ [1450-75; Mak 1959]; nnl. bourgeois ‘burger’ [1855; Kramers].
Ontleend aan Frans bourgeois ‘burger’ onder invloed van het zn. bourg ‘vestingstadje, marktplaats’ (< Latijn burgus, zie → burcht) uit eerder burgeis [ca. 1080; Rey] < middeleeuws Latijn burgensis ‘burger, inwoner’.
Het woord is opnieuw ontleend in de 19e eeuw in het kader van de politieke theoriën na de Franse Revolutie. De oorspr. betekenis is (neutraal) ‘burger’, maar tegenwoordig komt het woord veel vaker in zijn afgeleide betekenis ‘bekrompen, kleinburgerlijke geest’ voor.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

bourgeois [burger] {1847} < frans bourgeois, van bourg [dorp, vlek], oudfrans borc [kasteel] < latijn burgus [idem], uit het germ., vgl. burcht.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

bourgeois (zn.) burger; Middelnederlands bourgoys <1415-1475> < Frans bourgeois.

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

bourgeois b.nw., s.nw.
Burgerlik, alledaags, of burger, gewoonlik van die gegoede middelstand en dikw. konserwatief en bekrompe.
Uit Ndl. bourgeois (al Mnl. as s.nw.).
Ndl. bourgeois uit Fr. bourgeois uit bourg 'dorp'.
D. Bourgeois (19de eeu as s.nw.), Eng. bourgeois (1674 as s.nw., 1764 as b.nw.).

Thematische woordenboeken

M. De Coster (2007), Groot scheldwoordenboek: van apenkont tot zweefteef, Antwerpen

bourgeois: welgestelde, bekrompen burger; lid van de gegoede en behoudsgezinde middenklasse. Oorspronkelijk had het woord een neutrale betekenis, die van burger. Jacques Brel zong ooit: ‘Les bourgeois c’est comme les cochons, plus ça devient vieux, plus ça devient bête.’ Onder Vlaamse studenten werd dit Franse woord lange tijd gebruikt voor een niet-corpslid. In het Frans is la bourgeoise ook een vulgaire benaming voor de echtgenote.

Huiswaarts gaande nam hij echter plotseling een ongewone afkeer van de mensen en hun samenleving in zich waar en bovendien weer dat gevoel van miskend te worden, waarvoor hij erkennen moest, dat geen reden bestond. Onwillekeurig kwam het woord ‘bourgeois’ hem op de lippen. (Marcellus Emants, Inwijding. Haags leven, 1901)

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

bourgeois (Frans bourgeois)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

bourgeois ‘burger’ -> Indonesisch borju, borjuis ‘burger’; Javaans borjuis ‘burger’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

bourgeois burger 1451-1475 [Mak] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut