Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

botvieren - (vrij spel laten)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

botvieren ww. ‘vrij spel laten’
Vnnl. bot vieren ‘de touwen loslaten’ [1646; WNT], (overdrachtelijk) ‘vrij spel laten’ [1685; WNT].
Het eerste woorddeel is → bot 1 ‘stomp voorwerp’ in de verder ontwikkelde betekenis ‘uiteinde van een touw’; het tweede deel is het werkwoord → vieren 1 ‘loslaten’. De term stamt uit de scheepvaart, waar bot het vooreind van het ankertouw aanduidt.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

botvieren* [vrij spel laten] {1784} wordt verklaard als vieren van het touw tot het bot [uiteinde], hetzelfde woord als bot3 [knook, eig.: de knobbel aan het uiteinde ervan].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

botvieren ww., sedert de 17de eeuw (letterlijk en figuurlijk) is het vieren van het touw tot aan het einde; de uitdrukking bevat dus bot 2, in de betekenis van ‘stomp einde’.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

botvieren ww. Sedert de 17. eeuw, in letterlijke en figuurlijke bet. Uit bot + vieren. Dit bot = “(uiteinde van een) touw”, speciaal “vooreind van ʼt ankertouw, dat buiten boord is als ʼt schip ten anker ligt”; het behoort bij bot II en bot III. Misschien gaat ʼt direct op fr. bout “id.” terug: dit is ospr. germ. Synoniem: bot geven, nu verouderd.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

botvieren ono.w., met bot 6.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

botvier ww.
Aan iets toegee, vrye teuels gee aan.
Uit Ndl. botvieren (1784), 'n samestelling van bot 'punt, knobbel' en vieren 'skiet gee, laat uitloop, voer', dus lett. 'skiet gee tot aan die punt van die tou'.

Thematische woordenboeken

C.H.Ph. Meijer (1919), Woorden en uitdrukkingen verklaard door Dr. C. H. Ph. Meijer, Amsterdam

Bot vieren, den vrijen teugel laten, uit bot, eind, stuk, stuk touw, waarschijnlijk in verband staande met fra. bout, en vieren, vrij laten (hgd. feieren, van ’t lat. feriae = vrije dagen), eigenl. dus b.v. het anker, den vlieger ruim touw geven.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

botvieren* vrij spel laten 1784 [WNT bot VIII]

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

332. Botvieren.

Het znw. bot beteekent in deze uitdr. uiteinde, eind, stuk, fr. bout (ouder bot), en wel bepaald het vooreind van het ankertouw, dat zich buiten boord bevindt, wanneer het schip ten anker ligt; vervolgens ook touw, waaraan een vlieger opgelaten wordt (fri. drakebôd; Boekenoogen, 101 en Ten Doornkaat Koolman I, 210 b; Korrespbl. XXXIII, 55: bott, vliegertouw; bott geven, laten, etw. aufgeben, nachgeben, preisgeben; Kluge, Seemannssprache, 132), en vervolgens in het algemeen touw, zoodat botvieren eigenlijk wil zeggen: het touw vieren, laten uitloopen, het afschaken (zie Winschooten, 5; Ndl. Wdb. I, 1314); in figuurlijke toepassing op hartstochten, aandoeningen, neigingen en aandriften: den vrijen teugel laten, vieren, involgen. In dezen zin komt de uitdr. sedert de 17de eeuw voor; zie het Ndl. Wdb. III, 682-686 en Tijdschrift XV, 324.

Synoniem was vroeger hiermede bot geven en bocht geven, touw geven; vgl. o.a. De Brune, Lofd. op Huygens' Cost. Mal.: Elck een schijnt afghericht, om touw en bot te gheven aen 't schuymigh vlees-ghedrijf. In het Westvlaamsch noemt men een vliegertouw een klouw en beteekent iemand klouw (kluwen) geven, vrijheid geven, gelijk geven, toegeven, aanzetten; zie Schuermans, 258. Ook in het Friesch: bodjaen; in Drente: bot geven = schot geven (Bergsma, 67).

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal