Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

botter - (bedrieger)

Etymologische (standaard)werken

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

botter 1 m. (bedrieger), van botten = valsch spelen, bedriegen; bij Kiliaan id.: oorspr. onbek., misschien bij botten = stooten, van bot 2. Bokken of bukken (νan bok 1.) = stooten, is een term in het teerlingspel, om den stand van een teerling aan te duiden, die niet plat ligt, en dus niet mag meetellen of moet herworpen worden.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut