Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

bottelarij - (proviandruimte van schip)

Etymologische (standaard)werken

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

bottelarij znw. Nnl. vervorming van mnl. bottelrîe (Kil. -rije) v., uit ofr. boteillerie.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

botra’li (de, -’s), bo’tri (de, -’s), bottelarie’ (de, bottelarieën), bottelarij’ (de, -en), 1. (veroud.) vertrekje in een groot huis, waar vooral tafel- en keukengerei bewaard werd, ten tijde dat de keuken los van het huis op het erf stond. Bottelarie. In Suriname de naam van een vertrek waarin borden en ander tafel- en keukengerei bewaard wordt. Daar de keukens zich niet in huis maar in een afzonderlijk gebouwtje op het erf bevinden, wordt genoemd gerei daar in niet bewaard (Enc.NWI 169). Rosalie’s moeder had mevrouw gezoogd, en was sedert, als erfstuk in de familie gebleven, om ’t opzicht te houden over de bottelarij en ’t magazijn, de keuken en de bedienden (Van Schaick 1866: 5). - 2. bijkeuken, een vertrekje met dezelfde functie als bij bet. 1, echter naast de keuken in het huis gelegen. De twee mannen waren langs de balustrade van de trap gelopen en stonden nu eerbiedig bij de deur van de botri - de bijkeuken (Tj. Arkieman 43). - 3. keuken. Sjorrie rent de botrallie in, waar z’n moeder aan het werk is () (Fernandes 1973: 34). Niemand van de familie was binnen gekomen. Zelfs toen de moeder hem een glas gemberbier wilde aanbieden, had zij Oema geroepen om het glas in de bottelarie te komen halen (Dobru 1968c: 61). Na de slaapkamer komen de eetkamer en de ‘bottelarij’, de keuken aan de beurt (Waller 149). - 4. kookafdeling in een vertrek waarin ook gewoond wordt, kookhoek. Hij bewoonde een een-kamer-woning, waarin een botri was met een kookraam*, dat op het erf* uitzag (Dobru 1968b: 8). - Etym.: Zie WNT 1902. De oudste vorm is het Middelnederlandse ‘bottelrie’, van Oudfrans ‘bouteillerie’ (van ‘bouteille’, veroud. AN ‘bottel’ = fles), dat was een plaats waar dranken in flessen werden gedaan. Deze bet. heeft ‘bottelarij’ in het AN ook nu. In de 17e eeuw echter bet. het (ook?) ‘wijnkelder’ en ‘vertrek waar spijs en drank, het tafelgerei enz. bewaard en uitgegeven werden’ (Van Sterkenburg). Deze laatste bet., althans waar het ‘tafelgerei enz.’ betreft, is de oudste in Sur. (Lammens 1822; 1982; 44; botlarij): zie bet. 1 en later 2. Weer later ging men in Sur. in huizen zonder bijkeuken de keuken zo noemen (bet. 3) of zelfs een kookafdeling in een woonvertrek (bet. 4). Wat de vorm aangaat: het WNT somt vele oude vormen op, w.o. ‘boterij’ (Middelnederlands) en ‘botlery’ (1782). Het lijkt niet onmogelijk, dat de Sur. vormen botri en botrali rechtstreeks op deze oude vormen teruggaan, dus geen samentrekkingen zijn van bottelarie. Vgl. echter ook ‘buttery’ en ‘botri’ in het E van Jamaica en Barbados, bet. ‘provisiekamer’ (C&L). - Samenst., in bet. 1, ook: botlarijmeid (Lammens 1822; 1982: 74). Zie ook: kokerom*.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

bottelarij ‘opslagruimte op een dek voor de dagelijkse voedselvoorziening’ -> Deens butleri ‘proviandruimte van schip’; Zweeds buttleri ‘ruimte op vaartuig waar de proviand wordt uitgedeeld’; Sranantongo botr(ar)i ‘bijkeuken’; Surinaams-Javaans botri ‘keuken (in erker)’ .

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut