Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

botte - (mand)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

botte, buut [mand] {botte, but(te), bud [draagkorf, koffer] 1301-1400, vgl. butdraghers [sjouwers, lastdragers] 1293} middelnederduits botte, butte, hoogduits Bütt [carnavalstobbe], Butte, Bütte [tobbe, kuip], oudengels bytte [fles] < middeleeuws latijn but(t)a [zak, kuip, fles] < grieks putinè, butinè [met wilgentakken of schors omvlochten wijnfles] → botje, bottel2, boot3.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

but 1 v. (kit), Mnl. butte en botte, gelijk Ndd. but, Hgd. butte, bütte, Ags. bytt (Eng. butt), On. bytta (Zw. bytta, De. bøtte), uit Fr. botte, bote of boute (= korf en laars), uit Mlat. butam (-a) = zak, kuip, flesch, Gr. bútis.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

bót, buut (Limburgs) ‘draagkorf’ (Latijn buttis)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

botte ‘mand, vat, slee’ ->? Duits dialect Budde ‘slee’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut