Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

bosmarmeldoos - (kleine boom ((Duroia eriopila, Fajalobifamilie))

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

bos’marmeldoos (de, -dozen), kleine boom met grote, ronde, goudbruin behaarde vruchten (Duroia eriopila, Fajalobifamilie*). Zie Ost. 199. - Etym.: Syn. van marmeldoos* (1): z.a.; komt voor in bos. S boesimarmadosoe (boesi = o.m. bos; marmadosoe = marmeldoos*).

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut