Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

bosjesman - (lid van een Zuid-Afrikaanse dwergstam)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

Bosjesman [lid van een Zuid-Afrikaanse dwergstam] {1724-1726} < afrikaans Bosjesman gevormd van bos + man. De Engelsen hebben het woord vertaald in bushman.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

Boesman s.nw. (neerhalend; rassisties)
Lid van 'n swerwende ras in S.A., gekenmerk deur hul klein postuur, wat nog in die Kalahariwoestyn aangetref word.
Vervorm uit vroeë Afr. Bossieman, reeds by Van Riebeeck in 1685 in die afleiding Bossiemans opgeteken, so genoem omdat hierdie mense tradisioneel in die veld tussen die bossies woon. Variante vorme van die samestelling is boschjesman, bosjesman, bossiesman, boessieman, boeseman en boesseman. Eerste optekening in vroeë Afr. in 1783 in die afleiding boesmans (Boshoff - Nienaber 1967), waarna in Afr. by Pannevis (1880).
D. Buschmann, Eng. Bushman (1785), Fr. Boschiman. Vanuit Afr. in S.A.Eng. (1959 in die bet. ''n beledigende term vir 'n gekleurde persoon').

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

Boesman: aanv. a. d. Kaap i.v.m. mense i. d. alg. toeg. op “drosters en (struik)rowers” (Kol P en But) en ook op Sonkwas (Boesmans), bv. “de Sonquaas in de wandeling Bossiemans genaamt” (Dagv., 1685), tot ± 1750 gew. gedok. as bos(ch)jesman/bossie(s)man, sedert 1752 boessiemans/boes(s)emans en sedert 1783 boesmans; afl. v. Ndl. boesman, “kabouter”, sem. onbevredigend – uitspr. v. o as oe deur gekleurdes kon oorg. v. besk. boss(i)emans tot plat boess(i)emans en ten slotte tot boesmans bevorder het (mntl. d. uitspr. v. Du. koloniste en mettertyd v. Eng. verst.) en tot besk. taal v. ander blankes laat deurdring het (verk. weergawe v. Nien se betoog in OA II 247-8 en in HOTT, hfst. 10, teenoor WNT, vO LC in DH, 1941, Leh, Frank TB 144 en Smi OT 545-9).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

Bosjesman (Afrikaans Boesman)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

Bosjesman ‘lid van een Zuid-Afrikaanse dwergstam’ -> Engels bushman ‘lid van een Zuid-Afrikaanse dwergstam’ ; Deens buskmand ‘lid van een Zuid-Afrikaanse dwergstam’; Noors buskmann ‘lid van een Zuid-Afrikaanse dwergstam’ ; Zweeds buschman ‘lid van een Zuid-Afrikaanse dwergstam’ ; Fins busmanni ‘lid van een Zuid-Afrikaanse dwergstam’; Frans boschiman ‘lid van een Zuid-Afrikaanse dwergstam’; Italiaans boscimano ‘lid van een Zuid-Afrikaanse dwergstam’; Portugees bosquimano ‘lid van een Zuid-Afrikaanse dwergstam’; Kroatisch Bušman ‘lid van een Zuid-Afrikaanse dwergstam’ ; Macedonisch Bušmani ‘lid van een Zuid-Afrikaanse dwergstam’; Servisch bušmani ‘lid van een Zuid-Afrikaanse dwergstam’; Russisch bušmén ‘lid van een Zuid-Afrikaanse dwergstam’ ; Bulgaars bušmeni ‘lid van een Zuid-Afrikaanse dwergstam’ ; Lets bušmeņi ‘lid van een Zuid-Afrikaanse dwergstam’ ; Litouws bušmenai ‘leden van een dwergstam in Zuid-Afrika’ ; Esperanto boŝmano ‘lid van een Zuid-Afrikaanse dwergstam’ ; Zuid-Afrikaans-Engels Bosjesman ‘lid van een Zuid-Afrikaanse dwergstam’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut