Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

bosananas - (de grotere wilde soorten van de Ananasfamilie)

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

bos’ananas (de, -sen), naam voor de grotere soorten van de Ananasfamilie*, behalve de gekweekte ananas, zowel (a) de bodem begroeiende als (b) andere planten (vooral bomen) begroeiende (epifyten). a: De kruidlaag ontbreekt soms vrijwel, in andere gevallen is hij dicht, waarbij meestal bosananas [in dit geval Bromelia alta] overheerst (L&Mo 18). b: Gemakkelijk te onderkennen epifyten zijn naast de varens de bosananassen, vaak met rozetten van harde aan de rand gestekelde bladeren waarin water wordt opgevangen, en orchideeën (Enc.Sur. 181). - Etym.: Ze komen overal voor, ook in de stad: zie bos-* (3). S boesinanasi (boesi = o.m. bos-* (3); nanasi = ananas). - Syn.: wilde ananas*, (van b) boomananas*.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut