Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

borstrok - (wollen onderkledingstuk)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

borstrok* [wollen onderkledingstuk] {1609} van borst1 + rok, middelnederlands roc [bovenkledingstuk, onderkledingstuk].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

borstrok znw. m., het eerst 1609 vermeld. — > russ. bastrók. — Zie ook: boezeroen.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

borstrok znw., sedert 1609. Hieruit russ. bastrók (e.a. vormen). Zie boezeroen.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

borst’rok (de, -ken), 1. naam voor alle kledingstukken zonder knopen die op het blote lijf gedragen worden zonder iets erover, zowel door mannen als door vrouwen: T-shirt, flanel, truitje e.d. Hij droeg een versleten khaki broek die tot zijn knieën reikte en een vroeger witte, maar nu gelige borstrok met mouwen () (Dobru 1968b: 17). - 2. hemd (onderkledingstuk dat onder een ander kledingstuk op het blote lijf gedragen wordt). - Etym.: AN b. (verouderend) = warm, wollen onderkledingstuk i.h.a. gedragen tussen hemd en bovenkleding. Oudste vindpl. van 1 Spalberg 1899; 1979: 80. S bosroko. - Syn. van 2: onderborstrok*. Samenst. van 1: okselborstrok*, okselmouw-orstrok*, sportborstrok*. Zie ook: hemd*.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

borstrok ‘wollen onderkledingstuk’ -> Russisch bóstrók, bóstróg, bostróka, bastrók, bóstrak, bóstrik, bostrúk, bostrjúk, vóstrik ‘mouwloos jasje; kiel’; Creools-Portugees (Batavia) borstrok, bostrok ‘vest’; Creools-Portugees (Ceylon) borstok ‘vest’; Singalees † bostrēkke ‘kledingstuk’; Sranantongo bosroko ‘wollen onderkledingstuk’; Sarnami bosroko ‘wollen onderkledingstuk’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

borstrok* wollen onderkledingstuk 1609 [WNT]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut