Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

boort - (diamantafval)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

boort [diamantafval] {1893} < frans bort < engels bort, waarvan de herkomst onzeker is, mogelijk < oudfrans bord [bastaard] < latijn burdonem, 4e nv. van burdo [muilezel], middelnederlands bordesel [pakezel], verwant met engels burden, to bear (vgl. baren1).

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

boort o. (afval), gelijk Hgd., Eng. bort, uit Fr. id.: oorspr. onbek.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

boort: – (minder bek.) bort –, “onsuiwer diamant”; Ndl. boort, Hd., Eng. en Fr. bort, misk. uit Ofr. bort, “baster”.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

boort ‘diamantafval’ -> Frans bort ‘diamantafval’ (uit Nederlands of Engels); Portugees borte ‘diamantafval’ .

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal