Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

boor - (werktuig om gaten te maken)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

boor 1 zn. ‘werktuig’
Mnl. bore ‘boor’ [ca. 1440; Sterkenburg 1973].
Zelfstandig naamwoord dat behoort bij de stam van het werkwoord → boren.
Ohd. bora (nhd. Bohrer); nfri. boar; oe. bor; on. borr ‘boor’ (nzw. borr), on. bora ‘boorgat’ (> ne. bore ‘boorgat’).

EWN: boor 1 zn. 'werktuig' (ca. 1440)
ANTEDATERING: ij boren '2 boren' [1399; Verwijs, 243]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

boor1* [werktuig om gaten te maken] {1440} van boren.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

boor znw. v., mnl. boor, mnd. bor m., oe. bor m.?, zw. borr, de. bor, naast ohd. bora v. — Zie: boren.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

boor znw., mnl. boor (v.?). Bij boren. Vgl. ohd. bora v. (maar nhd. bohrer m., reeds 1482 borer), mnd. bor m., ags. bor (m.?) naast byres v., zw. borr, de. bor “boor”.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

boor v., Mnl. boor + Ohd. bora (Nhd. bohr), waarvan het ww. boren, Os. boron + Ohd. borôn (Nhd. bohren), Ags. borian (Eng. to bore), On. bora (Zw. borra, De. bore) + Skr. bhurij- (= schaar). Gr. pharáein (= ploegen), Lat. forare (Fr. forer, foret), Ier. bern (= kloof), Osl. briti (= scheren): Idg. wrt. bher.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

boor I: “gereedskapstuk v. metaal om gate te maak”; Ndl. boor, Eng. bore, hou verb. m. ww. Ndl. boren, Hd. bohren, Eng. bore, verb. m. Lat. forare, “’n gat maak”, foramen, “gat”.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

boor ‘werktuig om gaten te maken’ -> Russisch bur ‘werktuig om gaten te maken’; Oekraïens bur ‘werktuig om gaten te maken’ ; Shona booreso, bhora ‘werktuig om gaten te maken’ ; Indonesisch bor ‘werktuig om gaten te maken’; Ambons-Maleis bor ‘werktuig om gaten te maken’; Atjehnees bhòe, bò ‘werktuig om gaten te maken’; Jakartaans-Maleis bor ‘werktuig om gaten te maken’; Javaans bur, ebur ‘werktuig om gaten te maken’; Keiëes bor ‘werktuig om gaten te maken’; Kupang-Maleis bor ‘werktuig om gaten te maken’; Madoerees bor, ēbbor ‘werktuig om gaten te maken’; Makassaars bôró ‘werktuig om gaten te maken’; Menadonees bor ‘werktuig om gaten te maken; boren’; Minangkabaus bor ‘werktuig om gaten te maken’; Nias boro ‘werktuig om gaten te maken’; Rotinees ‘werktuig om gaten te maken’; Sasaks bor ‘werktuig om gaten te maken’; Soendanees bor, ĕbor ‘werktuig om gaten te maken’; Ternataans-Maleis bor ‘werktuig om gaten te maken’; Singalees buruma-ya ‘werktuig om gaten te maken’ (uit Nederlands of Portugees); Papiaments bor (ouder: boor) ‘werktuig om gaten te maken’; Sranantongo boro (ouder: boor) ‘werktuig om gaten te maken; lekkage, lek; niet goed wijs’; Aucaans boo ‘werktuig om gaten te maken’; Saramakkaans bolú ‘werktuig om gaten te maken’ ; Sarnami boro ‘werktuig om gaten te maken’; Surinaams-Javaans bur ‘werktuig om gaten te maken’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

boor* werktuig om gaten te maken 1440 [MNW]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal