Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

bonsai - (miniatuurboompje)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

bonsai zn. ‘miniatuurboompje’
Nnl. bonsai ‘miniatuurboompje’ [1974; Koenen].
Ontleend aan Japans bonsai, samenstelling van bon ‘schotel’ en sai ‘gekweekte plant’.

EWN: bonsai zn. 'miniatuurboompje' (1974)
ANTEDATERING: een geïsoleerd geval: bonsai (dwergboompjes, enz.) [1938; Vaderland 2/3] (1974)
Later: de Bonsai-cultus, het kweken van dwergboompjes [1962; PZC 17/11]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

bonsai [dwergboompje] {na 1950} < japans bonsai, van bon [dienblad] + sai [het planten, kweken].

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

bonsai s.nw.
1. Die kweek van dwergbome. 2. Dwergboompie of -plant wat op 'n bepaalde wyse gekweek is.
Uit Eng. bonsai (1950 in bet. 1 en 2).
Eng. bonsai uit 'n Jap. woord wat lett. 'plante op 'n skinkbord kweek' beteken.
D. Bonsai, Fr. bonsai, Ndl. bonsai (ná 1950).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

bonsai (Japans bonsai)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

bonsai dwergboompje 1984 [GVD] <Japans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut