Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

bons - (stoot)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

bons 1 zn., tw. ‘stoot, dreun’
Vnnl. bons [1676; WNT].
Een klanknabootsend woord.
bonzen ww. ‘hard kloppen’. Vnnl. bonsen ‘slaan, kloppen’ [1589; Mellema]. Afleiding van bons.

EWN: bons 1 zn., tw. 'stoot, dreun' (1676)
ANTEDATERING: eerst douwdt boffe-bons 'duw met een flinke stoot' [1634; Van de Venne, 69]
Later: sulcken bons op de borst [1668; Lydius, 12] (EWN: 1676)
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

bons* [tussenwerpsel, zn.] {1787-1789} klanknabootsende vorming. De uitdrukking iem. de bons geven betekent oorspr. ‘iem. van zich afstoten’, ‘een duw geven’.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

bons 3 tussenwerpsel, is een klanknabootsend woord, vgl. oostfri. bumms, nhd. bums, bumbs, naast fries bons, bouns.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

bons tusschenw. en znw. Hiervan bonzen ww. Onomatopoëtisch. Vgl. hd. bumbs, bums interj., oostfri. bumms id. en znw., bummsen ww., evenzoo fri. bons, bouns resp. bonzje, bounzje; eng. to bounce “bonzen, springen”, znw. bounce. De. zw. bums interj. wordt uit ʼt Ndd. afgeleid. Vgl. bommen en plonzen.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

bons v., onomat., wellicht voor boms + Nhd. bums, zoodat het in verband staat met bom 3; het werkw. bonzen. + Eng. bounce, Ndd. bunsen.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

bons* tussenwerpsel: nabootsing van geluid 1787-1789 [WNT]

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

291. Den bons geven (krijgen, hebben),

d.w.z. afdanken, afwijzen, zijn afscheid geven; inzonderheid van meisjes, die hare vrijers afzeggen; iemand zijn kwartier geven (Jord. 330). Vgl. Sewel, 131: de bons krygen (afgewezen worden), to suffer a rebuke, a denial; den bons krygen, to be casheered. Ook in de literatuur is de spreekwijze het eerst in de 18de eeuw (bij Langendijk, Wederz. Huwelyks Bedrog, vs. 1371 en Brieven v. Abr. Bl. II, 216) aangetroffen. Eigenlijk wil de uitdr. zeggen iemand een stoot, een duw geven, hem van zich afstooten, vervolgens afdanken, afwijzen. Zoo zeide men in de 18de eeuw ook den boender geven, - krijgen, waarin boender eigenlijk beteekent duw, stoot, als afleiding van het wkw. boenen, in den zin van wegjagen, uitwerpen (Ndl. Wdb. III, 151-152). Evenzoo zeide men den bof krijgen, in welke uitdr. een bof ook eigenlijk een klap, slag, stoot beteekent (Ndl. Wdb. III, 245). In het Bredaasch taaleigen is bekend ‘iemand den baf geven’, d.i. den zak, zijn afscheid geven, welk baf te vergelijken is met het westvl. baffe, slag (Ndl. Wdb. II, 861). Ook het amer. werkw. to bounce is hiermede te vergelijken, dat de beide beteekenissen bonzen en plotseling uit den dienst ontslaan in zich vereenigt. Zoo ook ‘iemand of iets den schop geven’; in de 17de eeuw ‘iets de gooi geven’. Vgl. het fri. immen den bons jaen; oostfr. sê hed hum de bumms gäfen; eng. to get (or to give) the push; to kick a p. Syn. is in Zuid-Nederland: iemand zijnen boek geven, zijnen boek krijgen, iem. wegzenden, ontslaan, een werkman, die dan zijn werkmansboekje terugkrijgt; ook fig. eene verloving verbreken (Teirl. 189); iemand zijnen kassaard (kastaart) geven, iem. zijnen kassade geven (zie Ndl. Wdb. VII, 1726), waarmede is te vergelijken in Deventer: kassazi, ontslag (= cassatie, fr. cassation? zie Draaijer, 19).

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut