Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

bomberjack - (bruinleren jack met bontkraag)

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

bomberjack bruinleren jack met bontkraag 1989 [De Coster 1999] <Engels

M. De Coster (1999), Woordenboek van Neologismen: 25 jaar taalaanwinsten, Amsterdam

bomberjack (← Eng.), speciaal gewatteerd jack; zware leren vliegeniersjekker, populair onder jongeren, met name rappers*, extreem-rechtse jongeren en vooral gabbers*.

Op het podium van Akhnaton drie zwetende jongens in blauwe bomberjacks: de Second Cover Fill Blow Rappers. (Joost Zwagerman: Gimmick, 1989)
Bomberjack of bomberjackie (← Eng.) wijd pilotenjack, geliefd bij rappers. (Cor Hoppenbrouwers: Jongerentaal, 1991)
In datzelfde Rotterdam geldt een politieverordening die kaalgeschoren jongens, zogenaamde gabbers, verbiedt om een Nederlands vlaggetje op hun bomberjack te dragen. (Elsevier, 02/11/96)
Andy, uitgedost met twee goudkleurige oorbellen, een blauw honkbalpetje en een blauw ‘bomberjack’, heeft van dergelijke vooroordelen geen last. (Elsevier, 23/11/96)
Zijn toekomstdroom? ‘Dan zie ik er nog steeds zo uit.’ Hij wrijft over z’n kale kop. ‘En nog steeds een bomberjack. Alleen zit ik dan in een auto, liefst een Opel Kadett.’ (Nieuwe Revu, 11/12/96)
Vorig jaar ontmoetten ze elkaar weer tijdens een optreden in een radioprogramma van de VPRO over een hedendaags fenomeen: de bomberjacks van extreem-rechtse jeugd. (Trouw, 11/04/97)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut