Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

bollen - (tochtig zijn)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

bollen1* [tochtig zijn] {1872} van bol = bul1 [stier].

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

bollen o. en ono.w., in de bet. van rollen, oprollen en met den bol spelen, denom. van bol 1.; — in die van bol staan, afgel. van bol 5; — in die van tochtig zijn, denom. van bol 3.; — in die van slachten, denom. van bol 1, d.i. als een bol doen ter aarde rollen (vergel. bolaarde slaan en Fr. ébouler), — en in die van behagen, een wijziging van de eerste bet. en ontleend aan het bollenspel: die bol bolt wel (vergel. bevallen). — bollen = babbelen, is verw. met Hgd. bollern en Ndl. bolderen.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut