Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

bohemer - (pestvogel (Bombycilla garrulus))

Thematische woordenboeken

E. Sanders (1995), Geoniemenwoordenboek, Amsterdam

Bemer (‘Bohemer’) en Boheemse gaai zijn verouderde namen voor de pestvogel (Bombycilla garrulus), die vooral in Noord-Europa broedt, niet speciaal in Bohemen (Tsjechië). Ook in het Engels en Frans wordt deze trekvogel met Bohemen geassocieerd. Mogelijk deed hij door zijn onregelmatige bezoeken aan West-Europa denken aan de rondzwervende zigeuners, die om hun vermeende land van herkomst ook wel bohemers werden genoemd. In de aan het Frans ontleende vorm bohémien is die naam voor zigeuners bij ons ingeburgerd in de betekenis ‘ongeregeld levend mens, artiest’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut