Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

bogger - (smeerlap)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

bogger [smeerlap] {bugger(e) [ketter, sodomiet] 1285} < frans bougre < middeleeuws latijn Bulgarus, Bugarus [Bulgaar, Albigens, ketter, sodomiet]; vgl. engels bugger.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

bogger m., gelijk Eng. bugger, uit Fr. bougre, d.i. Bulgare = 1.ketter, 2.sodomieter, 3. gemeene kerel.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

bogger s.nw. (plat) Ook bokker.
Lae, gemene vent.
Uit Ndl. bogger (1672).
Ndl. bogger uit Fr. bougre uit Middeleeuse Latyn bugari, bugeri, die naam vir die Bulgare wat in die Middeleeue glo berug was as ketters.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

bokker: – bogger – , “smeerlap; (vroeër sterker) sodomieter”; Ndl. bogger/bugger (Mnl. bugger(e), soos Eng. bugger, wat gebr. in Afr. kon verst. het) uit Fr. bougre uit Ll. bugari/bugeri, veralg. in ongunst. sin v. volksn. v. d. Bulgare, mntl. deur seelui n. d. Kaap gebring waar dit by vRieb voorkom as boggerflamen (= bougre Flamand = Vlaamse bokker).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

bogger (Engels bugger)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut