Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

boetie - (jongere broer)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

boetie [broer] {1901-1925} < afrikaans boetie [jongere broer], waarschijnlijk een kindertaalvorm van broerbroeder.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

boetje o., Z.-Afr. boetie, dimin. van boe, koseform van broeder (z. boef) hierbij Vl. boeten, Z.-Afr. ou boet, augment. of pejor. van hetz. boe.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

boetie s.nw., tw.
Jonger of jongste broer, vertroude vriend of gunsteling, of uitroep waarmee 'n onaangename gebeurtenis voorspel word.
Uit kindertaal, 'n afleiding met -ie van boet.
Vanuit Afr. in S.A.Eng. in die vorme buttie (1867 as s.nw.) en bootie (1903 as tw.).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

boet (Engels butch)
boetie (Afrikaans boetie)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut