Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

boertig - (grof komisch)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

boert zn. ‘middeleeuwse klucht’
Mnl. boerde ‘klucht’ [1265-70; CG II, Lut.K], boert ‘id.’ [1415-35; MNW-R].
Ontleend aan Oudfrans bourde ‘spel, grap, fopperij, leugen’ [1180; Rey], een woord van onzekere herkomst. Het is wrsch. verwant met Provençaals borda ‘leugen’ [1291; Rey]. Beide woorden kunnen teruggaan op een (niet geattesteerd) Latijn burda ‘geluid om de aandacht te trekken’, waarvan alleen een werkwoordsvervoeging burdit ‘hij maakt geluid om de aandacht te trekken’ is overgeleverd.
boertig bn. ‘grof komisch’. Vnnl. boertig ‘komisch’ [1564; WNT]. Afleiding met → -ig.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

boertig bnw., mnl. boerdich, mnd. bōrdich. Onder de invloed van boert werd in het latere nnl. boerdig in boertig veranderd.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

boertig bnw. Voor mnl. boerdich (= mnd. bordich) in de plaats gekomen, doordat men in boert een stam op t voelde. Evenzoo ’t ww. boerten met de afl. boerterij, nu verouderd.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut