Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

boerenpaard - (ploegpaard)

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

boerperd s.nw.
Grofgeboude perd wat nie juis opreg geteel is nie.
Uit Ndl. boerenpaard (1877), so genoem omdat die perd deur boere vir plaaswerk gebruik word.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

boerenpaard ‘ploegpaard’ -> Zuid-Afrikaans-Engels boerperd ‘Zuid-Afrikaans paardenras’ .

Hosted by Meertens Instituut