Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

boerenkoolslijper - (knoeier)

Thematische woordenboeken

M. De Coster (2007), Groot scheldwoordenboek: van apenkont tot zweefteef, Antwerpen

boerenkoolslijper: (Bargoens) knoeier. De term werd vroeger te Amsterdam gebruikt in de diamantslijperij.

Boerenkoolslijper (knoeier): benaming voor iemand, die oorspronkelijk niet voor het vak bestemd, het op gevorderden leeftijd heeft aangeleerd. Zoo werden eerst genoemd de zonen van A’damsche groenteboeren, die diamantslijper werden. (Jac. van Ginneken, Handboek der Nederlandsche taal. Deel II. De sociologische structuur onzer taal II, 1914)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut