Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

boerenhufter - (onbeschaafd of onhandig iemand)

Thematische woordenboeken

M. De Coster (2007), Groot scheldwoordenboek: van apenkont tot zweefteef, Antwerpen

boerenhufter, boerenkaffer, boerenkinkel, boerenkloot, boerenknurft, boerenlul, boerenlummel, boerenpummel: onbeschaafd of onhandig iemand (van het platteland); sufferd, stommeling. Bij Kiliaen vinden we kenckel-boer, rusticus stupidus, bardus, insulsus. Vgl. ook nog het Duits: Bauernbüffel; Bauernkaffer; Bauernlümmel. In de hedendaagse jeugdtaal wordt boerenlul vaak verkort tot boelu. Soldaten noemen een milicien die nog niet afgericht is en een beetje boers een boerenlul.

Net of ik zo’n boerenlummel met vereelte knuisten en vuile tanden ooit tot m’n man genomen had! (Marcellus Emants, Juffrouw Lina, 1888)
Kom, Addy, bemoei je voortaan maar niet veel met die boerenkinkels. (Louis Couperus, De boeken der kleine zielen, 1901-1903)
Hebt u het tegen die boerehufter daar? (Piet Bakker, De slag in de Javazee, 1951)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut