Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

boemelen - (lanterfanten; uitgaan)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

boemelen ww. ‘lanterfanten; uitgaan’
Nnl. geboemeld (verl.deelw.) ‘uitgegaan, feestgevierd’ [1894; WNT Aanv.], boemelen “leegloopen, slenteren” [1899; Woordenschat].
Ontleend aan Duits bummeln ‘treuzelen, lanterfanten’. Het Duitse woord behoort bij de groep van bimmeln, bammeln, baumeln die allemaal te verklaren zijn als klanknabootsing (zoals Nederlands bim-bam-bom). Ze werden geassocieerd met een klok; vandaar de betekenis ‘bungelen’, die zich dan ontwikkelde tot ‘doelloos rondslenteren’.
boemeltrein zn. ‘stoptrein, langzame trein’. Nnl. bommeltrein ‘id.’ [1889; WNT Aanv.], boemeltrein ‘id.’ [1900; WNT Aanv.]. Leenvertaling van Duits Bummelzug, gevormd uit bummeln en Zug ‘trein’, een afleiding van ziehen ‘trekken’.

EWN: boemelen ww. 'lanterfanten; uitgaan' (1894)
ANTEDATERING: boemelen 'slenteren, spijbelen' (op de Zuid-Hollandse eilanden) [1848; De Jager, 201]
Later: gedanst, geboemeld, gedronken 'gedanst, café's bezocht, gedronken' [1886; Groene Amsterdammer 7/11] (EWN: 1894)
EWN: ♦ boemeltrein zn. 'stoptrein, langzame trein' (1889)
ANTEDATERING: niet à grande vitesse, maar per bommeltrein [1869; Vad.lett. 1, 297]
Later: met den boemeltrein, die vijftien minuten na den sneltrein arriveert [1877; Leeskabinet 3, 5] (EWN: 1900)
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

boemelen [kroegen aflopen] {1898} < hoogduits bummeln, een klankschilderende vorming.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

boemelen ww., eerst 19de eeuw, ontstaan hoofdzakelijk onder invloed van nnd., nhd. bummeln met wisselvormen bommeln, bümmeln, bimmeln, bammeln, bämmeln, bäumeln ‘heen en weer zwaaien; rondslenteren’. Men moet wel aanknopen aan het heen en weer zwaaien van de torenklok, waarvan het geluid als bim-bam-boem wordt weergegeven. Maar ook zonder deze aanknoping kon het woord als frequentatief ontstaan naast woorden als boemen, bommen (vgl. mnl. bommer ‘trommelslager’). Het herinnert aan woorden als rommelen, stommelen.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

boemelen ww., eerst nnl. Ontstaan deels als frequentativum bij bommen, boemen, maar vooral onder invloed van ndd. (nhd.) bummeln, waarnaast bommeln, bümmeln, bimmeln, bammeln, bämmeln, bäumeln voorkomen, vooral in de bett. “heen en weer zwaaien” en “lui rondboemelen”. Bimmeln “luiden” (van kleine klokjes) is reeds mnd. Dergel. onomatopoëtische woorden komen ook in ’t Hd. en andere talen voor. Vgl. rommelen, stommelen e. dgl., ook beieren.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

boemelen ono.w., vervorming van bommelen onder invloed van Hgd. bummeln.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

boemel ww.
Fuif, jol, tyd nutteloos deurbring, rondloop, van kroeg tot kroeg slenter, langsaam vorder.
Uit Ndl. boemelen, klanknabootsend gevorm uit die wisselvorme bimmeln, bammeln, bäumeln in die bet. 'heen en weer swaai, lui rondloop', mntl. onder invloed van bimmeln '('n klok) lui', uit Nieuhoogduits bummeln.
D. bummeln (17de eeu).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

boemelen (Duits bummeln)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

boemelen ‘kroegen aflopen’ -> Fries boemelje ‘kroegen aflopen’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

boemelen kroegen aflopen 1894 [Aanv WNT] <Duits

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut