Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

boemauto - (auto met een ingebouwde zeer krachtige geluidsinstallatie)

Dateringen of neologismen

M. De Coster (1999), Woordenboek van Neologismen: 25 jaar taalaanwinsten, Amsterdam

boemauto (← Eng. boomcar*), auto met een ingebouwde zeer krachtige geluidsinstallatie.

Zelfs als ze geen open dak hebben en alle ramen dicht zitten, dan nog kan niemand deze inmiddels vrij ingeburgerde vorm van individuele expressie ontgaan. Weliswaar was het met een gettoblaster al mogelijk om voorbijgangers te imponeren, maar qua volume blijft het behelpen en het vreet batterijen. Boemauto’s zijn zelfvoorzienende gettoblasters waar je in kunt zitten. (Elsevier, 11/05/96)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut