Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

boelen - (in ontucht leven)

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

boelen (boelde, heeft geboeld), homosexuele handelingen plegen (door een man). Sluit hem op. Hij is gek. Boeler*. Boeler... Boeler... Homo... Ga terug naar Wageningen. Daar kun je boelen (Vianen 1971: 181). - Etym.: WNT (1902) en Van Dale noemen AN ‘boelen’ als syn. voor ‘boeleren’, d.i. sexuele omgang hebben, vroeger in alle bet., later alleen in afkeurende zin voor buitenechtelijk verkeer. Homosexualiteit wordt in dit verband niet genoemd. - Zie ook: schuren* (3), boeier*, mati*.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

boelen ‘(verouderd) in ontucht leven; homoseksualiteit praktiseren’ -> Deens bole ‘ontucht plegen’ (uit Nederlands of Nederduits); Zweeds bola ‘ontucht plegen’ (uit Nederlands of Nederduits); Sranantongo bulu ‘homoseksuele handelingen bedrijven’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut