Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

boel - (overspelige)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

boel 2 zn. ‘liefje; overspelige’
Mnl. boel ‘mannelijke verwant’ [1423; Stall.] en vandaar ook ‘(speel)kameraad; vriendje, vriendinnetje’: boel ‘geliefde’ [1450-1500; MNW]; vnnl. boel “een mans hoere ofte bysit” [1642; WNT voeden I] (ook “een hoerenjager, bordeelbrock”). Het woord is tegenwoordig verouderd.
De etymologie is onbekend. Het woord wordt wel verbonden met Oudnoords ból ‘slaapplaats’, dat mogelijk verwant is met → boedel. Minder wrsch. is afleiding met achtervoegsel -l van → broeder, al zijn bijvormen met -l ook in de Baltische talen bekend: Litouws brólis ‘broer(tje)’. Mogelijk is het oorspr. een koosnaam; dit zou de ongewone klankontwikkeling verklaren.
Mnd. bole; mhd. buole (nhd. Buhle).
In het Middelnederlands is de betekenis ‘persoon met wie men een ongeoorloofde seksuele relatie heeft’ nog zeldzaam. De beperking in de toepassing tot vrouwen vond pas geleidelijk plaats.
boel(er)en ww. ‘een ongeoorloofde vrijpartij hebben’. Vnnl. boeleren ‘vrijen’ [1573; Thes.], nog niet per se met het betekenisaspect ‘ongeoorloofd’. Afleiding van boel.

EWN: boel 2 zn. 'liefje; overspelige' (1423)
ANTEDATERING: van onsen buele 'van onze naaste verwant' [1343-71; iMNW]
Later: Mijn boel 'mijn geliefde' [1350-1400; MNW-R] (EWN: 1450-1500)
EWN: ♦ boel(er)en ww. 'een ongeoorloofde vrijpartij hebben' (1573)
ANTEDATERING: gheboeleert 'ontucht bedreven' [1528; Vorsterman, Ps 105:39]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

boel2 [overspelige] {boel(e) [naaste verwant, geliefde (m. en vr.)] 1343-1371; de huidige betekenis 1564} < middelnederduits bole, middelhoogduits buole; oorspronkelijk was het woord een koosnaampje voor broer, vgl. westvlaams boe [broer].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

boel 2 znw. m. ‘bijzit’, mnl. boel, boele m. ‘naverwant, geliefde, minnaar, minnares’. Eerst laat-mnl. < mnd. bōle, mhd. buole (nhd. buhle). De oorspr. betekenis van ‘naë verwant’ maakt het waarschijnlijk, dat het een vleinaam voor broeder is, vgl. nog westvla. boe en noorw. boa vleinamen voor ‘broeder’. Kluge-Mitzka 109 vergelijken nog lett. bālinš, bālulītis als vleinamen voor brālis ‘broeder’. — Zie ook: boef.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

boel II (bijzit), mnl. boel, boele, altijd m. “naë verwant, geliefde, minnaar, minnares”. Eerst laat-mnl. in de eerste beteekenis speciaal oostmnl. Onder duitschen invloed opgekomen. = mhd. buole m., eerst laat-mhd. ook v. “id.” (nhd. buhle m.), mnd. bôle m. “naë verwant, kameraad”, v. “minnares”. Wsch. oorspr. een “koseform” voor “broeder”.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

boel II (bijzit). Hierbij het ww. † boele[e]ren, reeds (later-) mnl. mnd. Vgl. –e[e]ren Suppl.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

boel 2 m. en v. (bijzit), Mnl. boele + Ndd. bôle (ook = broeder, verwante), Mhd. buole (Nhd. buhle): komt elders niet voor; “koseform” van broeder (z. boef en pol 2.).

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

boel ‘geliefde’ -> Engels bully ‘koosnaam; bullebak’; Maltees buli ‘bullebak’ ; Sranantongo buli ‘liefje’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal