Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

boekanier - (zeerover)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

EWN: boekanier zn. 'zeerover' (1691)
ANTEDATERING: Boecaniers 'vrijbuiters die op een deel van Cuba wonen' [1682; Gage, 427]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

boekanier zn. ‘zeerover’
Vnnl. bokkenier [1691; WNT], oorspr. de benaming voor de Franse en Engelse zeerovers die in de 17e en 18e eeuw de kusten van Zuid-Amerika onveilig maakten.
Ontleend aan Frans boucanier [1670], een afleiding van het zn. boucan ‘gerookt vlees, vleesrooster’ [1578] < Tupí-Guaraní (Zuid-Amerikaanse inheemse taalgroep) mokaém, mukem ‘gerookt vlees’.
In eerste instantie werd de naam boekanier gebruikt voor de Franse jagers van San Domingo, die het vlees van de door hen gedode dieren roosterden. Deze naam behielden zij toen ze zich bezig gingen houden met zeeroverij.
Lit.: Sijs 1998, 44-46

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

boekanier [zeerover] {bokkenier 1691} < frans boucanier [buffeljager, piraat], van boucaner [op buffels jagen, roken van vlees of vis], van boucan [houten rooster om te roosteren en te roken] < tupi macaém (in tupi kunnen b en m aan het begin van een woord wisselen). De naam boekanier werd eerst gebruikt voor Franse jagers op Santo Domingo en veranderde van betekenis bij de uitbreiding van hun werkterrein.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

boekanier znw. m. < fa. boucanier afgeleid van boucan, dat in de 16de eeuw voorkomt in de betekenis van ‘Indianenhut waarin het vlees geroosterd werd’ (overgenomen uit het Caraïbisch); dan in de 17de eeuw krijgt het de betekenis van ‘hol, spelonk’. Het woord boucanier betekent in de 17de eeuw ‘buffeljager’ en dan ook ‘zeerover’.

boekanier [Aanvullingen De Tollenaere 1969]: fr. boucan, in het reisverhaal van De Léry [1578], betekent ‘gerookt vlees’ en ‘rooster’ en wordt beschouwd als een ontlening uit Tupi mocaém (in een port. bron van 1587), mukem (met een anlautsalternantie m/b). Zie Bloch-v. Wartburg4 [1964].

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

boekanier znw. Evenals eng. buccaneer uit fr. boucanier. Afl. van een uit Z.-Amerika afkomstig boucan “rooster of horde, waarop inboorlingen vleesch braadden of roosterden”.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

boekanier m., gelijk Eng. buccaneer, uit Fr. boucanier, afgel. van boucan, wel een Westindisch woord, dat bet. houten rooster om vleesch te rooken (bij de Karaïben). De boekaniers waren gelukzoekers die vooral te Haïti van den handel in gerookt vleesch leefden.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

boekanier (Frans boucanier)

N. van der Sijs (1998), Geleend en uitgeleend: Nederlandse woorden in andere talen en andersom, Amsterdam

piraat, boekanier

Piraterij of zeeroverij is van alle tijden en plaatsen. Zij kende haar hoogtepunt tussen de zestiende en de achttiende eeuw, en verdween langzamerhand in de negentiende eeuw, toen de schepen groter en sterker werden en de controle scherper. Helemaal verdwenen is ze nog niet: in Azië komt ze nog steeds voor.

Wij hebben het woord piraat eind zestiende eeuw uit het Frans geleend. Oorspronkelijk stamt het woord uit de Middellandse Zee. Het gaat terug tot in de klassieke Oudheid: de Romeinen kenden het al, en hadden het geleend van de Grieken. Het woord piraat komt in de meeste talen voor en is nog springlevend, denk aan moderne samenstellingen als luchtpiraat, wegpiraat, piratenzender.

In de tweede helft van de zeventiende eeuw leidden de boekaniers, een bepaalde groep jager-zeerovers, een kort maar hevig bestaan. Hun geschiedenis is levendig beschreven in het proefschrift van C.H. Haring uit 1910, getiteld The buccaneers in the West Indies in the XVII century.

Het woord boekanier hebben we uit het Frans geleend; we kennen het vanaf 1691 in de vorm bokkenier. Hiermee werden de Franse, later ook de Engelse en Nederlandse zeerovers aangeduid die in de zeventiende eeuw de kusten van Zuid-Amerika onveilig maakten. In het Frans is de vorm boucanier in 1654 voor het eerst genoteerd, aanvankelijk als naam voor de Franse jagers van het eiland Santo Domingo, die leefden van het vlees van verwilderd vee dat zij rooster­den. Boucanier is namelijk een afleiding van boucan ‘gerookt vlees, vleesroos­ter’, een woord dat uit de Indianentaal Tupí ontleend is. De jagers be­hielden de naam toen ze hun activiteiten uitbreidden met zeerove­rij, die vooral tegen de Spanjaarden was gericht. De boekaniers werkten daarbij nauw samen met andere zeerovers in de omgeving, die in deze periode in ruime mate aanwezig waren. De groepen zijn voor de buitenwacht vaak moeilijk van elkaar te onderscheiden, vooral ook omdat de woorden boekanier en vrijbuiter of flibustier synoniem werden. Zelf noemden zij zich kustbroeders, ‘frères de la côte’ of ‘gens de la côte’. Komt daar misschien de uitdrukking ‘er zijn kapers op de kust’ vandaan?

Een van de boekaniers was Alexander Olivier Exquemelin (in het Engels Esquemeling genoemd en in het Frans Oexmelin). Exquemelin was afkomstig uit Honfleur in Noord-Frankrijk. Vanaf 1666 was hij een engagé van de Franse West-Indische compagnie op het eiland Tortuga, wat er feitelijk op neerkwam dat hij een blanke slaaf was. Noodgedwongen werd hij boekanier op Santo Domingo, en vervolgens zeerover (flibustier). Omstreeks 1674 keerde hij naar Europa terug en woonde hij enige tijd in Amsterdam, waar hij in 1679 toegelaten werd tot het gilde van de chirurgijns. In Amsterdam stelde hij zijn herinneringen aan de tijd in West-Indië te boek: in 1678 verscheen van zijn hand De Americaensche zee-rovers (met afbeeldingen!). Het werk is onze belangrijkste informatiebron over die hectische tijd.

Het boek van Exquemelin werd binnen enkele jaren na verschijnen vertaald in het Engels, Duits, Spaans en Frans, en beleefde vooral in Engeland en Frankrijk vele oplagen. De Engelse vertaling verscheen in 1684 onder de titel Bucaniers of America. Deze vertaling heeft de term buccaneer in het Engels populair gemaakt. In de titel van de eerste Nederlandse druk komt het woord boekanier niet voor, maar de tweede druk uit 1700 kreeg een nieuwe titel: Historie der Boecaniers of Vrybuyters van America.

Hoewel de activiteiten van de kustbroeders in West-Indië illegaal waren, zagen de Fransen, Engelsen en Nederlanders ze maar al te graag door de vingers, omdat ze gericht waren tegen Spanje. Sterker nog, ze ondersteunden en beschermden de zeerovers door hun kaperbrieven te geven. Spanje was in Europa in allerlei oorlogen verwikkeld met de Nederlanden, Frankrijk en Engeland. Verder had Spanje het monopolie op de West-Indische handel en bezat het enorme koloniale macht in West-Indië en Zuid-Amerika. De Nederlanden, Frankrijk en Engeland streden op alle fronten tegen Spanje, en schuwden daarbij geen middel.

De kustbroeders ‘kaapten’ niet alleen Spaanse schepen, ze hielden ook enorm huis op de door Spanje beheerste kusten. Zij plunderden zelfs grote steden, zoals Porto Bello, Panama en Cartagena. Maar hierdoor verloren zij de steun van de westerse mogendheden. Naarmate de Spaanse macht verminderde en die van de andere mogendheden toenam, keerde het tij zich tegen de vrijbuiters. Hun voormalige beschermers gingen de zeerovers als een lastige factor beschouwen, omdat zij de handel belemmerden. Na de plundering van Cartagena in 1697 werden de boekaniers en vrijbuiters door een Engels-Nederlandse vloot verslagen. Er werden strenge maatregelen genomen, die hun vrijheid sterk inperkten. Sommige zeerovers werden nette burgervaders, anderen zetten hun roverswerk in andere contreien voort. Het resultaat was, dat begin achttiende eeuw de organisatie van de kustbroeders ophield te bestaan. Zij namen de naam boekanier mee in hun graf, want in tegenstelling tot de woorden kaper, piraat en vrijbuiter, die met het verdwijnen van hun oorspronkelijke betekenis een ruimer gebruik kregen, is het woord boekanier een historische aanduiding geworden.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

boekanier zeerover 1691 [WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut