Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

boegseren - (een schip voorttrekken)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

boegseren ww. ‘een schip voorttrekken’
Vnnl. boechseerden (infinitief) [1567; Nomenclator], boegseerden, boechtseerden (infinitief) ‘een schip met sloepen voorttrekken’ [1577; Muller], (visschen) boucksarden ‘al roeiend voorttrekken en aan wal of aan boord brengen’ [1617; WNT]; nnl. boegse(e)ren ‘slepen over water’ [1860-65; WNT], ‘een persoon op sleeptouw nemen’ [1871; WNT].
Onder invloed van het niet verwante zn.boeg volksetymologisch gevormd uit een ouder *boesjaren, dat was ontleend aan Portugees puxar ‘trekken’ < Latijn pulsāre ‘stoten, (voort)drijven’. De -d- in de oudste vindplaatsen is opmerkelijk.
In het Vroegnieuwnederlands zijn spellingen geattesteerd als boucheren, boesjaarden (Muller); de oudste Duitse attestaties zijn buxireten [1627] en boucheren [1629]. De onder invloed van boeg ontstane vormen als boegseerden, boechtseerden zijn jonger.
Aan het Nederlands ontleend zijn o.a.: Fries boechsearje [1831]; Duits bugsieren; Deens bugsere; Zweeds bogsera; Russisch buksirovát', alle met dezelfde betekenis.
Lit.: Van der Meulen 1954, 125; J. Muller (1891) ‘Boegseren’, in: TNTL 10, 294 e.v

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

boegseren [met sloepen voorttrekken] {boech(t)seerden 1599} onder volksetymologische invloed van boeg, ouder boesjaren < portugees puxar [trekken] < latijn pulsare [stoten, (voort)drijven] (vgl. pols).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

boegseren ww. is onder invloed van boeg ontstaan uit een oudere vorm boesjaarden, boesjaren (Kiliaen reeds: boegseerden, boechtseerden) < port. puxar ‘slepen, trekken, boegseren’ < lat. pulsare ‘stoten’. — > nhd. bugsieren (oudste vorm buxiren 1627); > de. bugsere, zw. bogsera; > russ. buksirowať.

Voor het eerste voorkomen in de 17de eeuw zie R. v. d. Meulen Ts. 72, 1954, 125.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

boegseeren ww., sedert Kil.: boegseerden, boechtseerden. Een antieker vorm is boesjaarden of boesjaren. Ontl. uit port. puxar “voorttrekken, boegseeren” en dit van lat. pulsâre “stooten”. Op ndl. boegseeren gaan hd. bugsieren, de. bugsere, zw. bogsera, russ. buksirowáť “boegseeren” terug.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

boegseeren o.w., ouder boesjaarden; hieruit Ndd. bogseren, Nhd. bugsieren, Zw. bogsera, De. bugsere; van Port. puxar = voorttrekken, Fr. pousser, Lat. pulsare (z. pols).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

boegseren (Portugees puxar)

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Boegseeren heeft niets met boeg te maken, het is aan een Portugeesch woord ontleend, dat trekken, sleepen beteekent.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

boegseren ‘met sloepen voorttrekken’ -> Fries boechsearje ‘met sloepen voorttrekken’; Duits bugsieren ‘een schip op sleeptouw nemen en naar een bepaald doel brengen; (omgangstaal) iemand of iets met moeite ergens heen brengen, loodsen’; Oost-Jiddisch boeksiern ‘slepen, op sleeptouw nemen; sleepboot’ ; Deens bugsere ‘een vaartuig met een touw trekken of slepen’; Noors buksere ‘met sloepen voorttrekken’; Zweeds bogsera ‘slepen (bijv. vaartuig of voertuig)’ (uit Nederlands of Nederduits); Fins pukseerata ‘met sloepen voorttrekken’ ; Ests puksiir ‘een vaartuig met een touw trekken of slepen’ ; Kroatisch buksirati ‘met sloepen voorttrekken’; Servisch bugzirati ‘op sleeptouw nemen van een schip’ ; Russisch buksirovát' ‘met sloepen voorttrekken, op sleeptouw nemen’; Bulgaars buksiram, buksuva ‘op sleeptouw nemen van een schip’ ; Oekraïens buksirovát' ‘met sloepen voorttrekken, op sleeptouw nemen’ ; Wit-Russisch buksavác' ‘met sloepen voorttrekken’ ; Lets buksieris ‘een vaartuig met een touw trekken of slepen’; Litouws buksuoti ‘glijden en draaien op een plek (van wielen van een voertuig)’ ; Litouws buksyras ‘schip om vaartuigen te slepen; sleeptouw’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

boegseren met sloepen voorttrekken 1599 [WNT] <Portugees

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut