Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

boeba - (dial.)

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2007), Zeeuws etymologisch woordenboek: de herkomst van de Zeeuwse woorden, Amsterdam

boebas, boebes zn. m.: ongemanierde kerel, lomperd. Vgl. Ndl. boeba ‘norse vent, boeman’, Maastrichts boeba ‘weerwolf’ (Schuermans). Expressief reduplicerend < boe. Of omkering van Ovl. baboe, boeboe ‘schrikaanjagend wezen’. E. baboon ‘baviaan, babok, wangedrocht’ < Ofr. babuin > Fr. babouin ‘baviaan’, Mnl. babuwijn. Mlat. babewynus, It. babbuino. Wellicht verwant met Ofr. baboue ‘grimas, lelijk gezicht’. De vorm boeboe door klinkeranticipatie.

F. Debrabandere (2005), Oost-Vlaams en Zeeuws-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de Oost- en Zeeuws-Vlaamse woorden, Amsterdam

boebas, boebes (A), zn. m.: ongemanierde kerel, lomperd. Vgl. Ndl. boeba 'norse vent, boeman', Maastrichts boeba 'weerwolf' (Schuermans). Expressief reduplicerend < boe. Of omkering van baboe (zie i.v.).

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal