Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

bodypiercing - (het doorboren van lichaamsdelen om een metalen sieraad te bevestigen)

Dateringen of neologismen

M. De Coster (1999), Woordenboek van Neologismen: 25 jaar taalaanwinsten, Amsterdam

bodypiercing (← Eng.), het doorboren van lichaamsdelen zoals de tong, neus, navel, schaamlippen enz. om een metalen sieraad te bevestigen. Als vorm van versiering of om seksueel genot op te wekken. Begin jaren negentig populair geworden onder met name vrouwen. Het pierce-vak zelf wordt al sinds de jaren zestig uitgeoefend, maar was aanvankelijk voorbehouden aan homoseksuele SM’ers. → piercing*.

Het metalen staafje met de twee bolletjes, één onder, één boven de tong, is niet de eerste ‘body piercing’ van Astrid (23). Een reeks ringen en knopjes siert haar oren en ze draagt ringetjes in linkerneusvleugel, navel en clitorisvoorhuid. Elke pierce-behandeling is opnieuw spannend. (Opzij, juni 1993)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut