Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

bobbel - (bult)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

bobbel zn. ‘bult’
Mnl. bubbel, bobbel ‘plaats waar water opborrelt of opspuit’ [ca. 1490; MNW]; vnnl. bobbel ‘waterblaas’ [1555; Luython], bobbel “... die op twater comt alst reynt” ‘die op het water verschijnt als het regent’ [1562; Naembouck], boubbele, bobbel ‘zeepbel; het vergankelijke’ [1590; WNT], ‘knobbel, bult’ [1632; WNT]. Daarnaast als werkwoord vnnl. bobbelen ‘(op)borrelen, dobberen’ [1599; Kil.].
Het gaat hier om een klanknabootsende reduplicatievorm (‘het voortdurend vormen van (lucht)bolletjes’) bij → bal 1, → bol 1, of het is een zuivere klanknabootsing, zoals → blubber.
Mnd. bubbele ‘(water)blaas’; nfri. bobbel ‘bult, oneffenheid’ [1816; WFT], ‘veldfles, borrelfles’ [1863; WFT], ‘lucht-, waterbel’ [1901; WFT], ook bobbel, brobbel en bûl; me. bobles (mv.) ‘waterblazen’ [1481] (ne. bubble ‘(water)blaas’); nzw. bubbla. Daarnaast als werkwoord mnd. bubbeln ‘(op)borrelen’; nfri. b(r)obbelje ‘opbruisen, borrelen’; me. bub(b)le [1398] (ne. bubble); nzw. bubbla.
bobbelen ww. ‘bulten, oneffenheden vertonen’. Nnl. bobbelen [1873; WNT]. Nieuwere afleiding van het zn. in de betekenis ‘bult’.

EWN: bobbel zn. 'bult' (ca. 1490)
ANTEDATERING: eerst bob(b)el 'blaar, buil' als toenaam in Henrico Bobel [1300; Debrabandere 2003]
Later: seuen bobbelen 'zeven waterstralen' [1479; MNW-P] (EWN: ca. 1490)
EWN: ♦ bobbelen ww. 'bulten, oneffenheden vertonen' (1873 en 1599*)
ANTEDATERING: vnnl. Den derden ende lesten zuldy bobbelen moeten 'de derde en laatste versvoet zult u nadruk moeten geven' [1548; iWNT notoir]
{* De attestatie "vnnl. bobbelen '(op)borrelen, dobberen' [1599; Kil.]", die onder de attestaties van het hoofdlemma bobbel staat, moet aan de attestaties van het sublemma bobbelen toegevoegd worden.}
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

bobbel* [knobbel, luchtbel] {bobbel, bubbel [waterblaas, plaats waar het water uit de grond borrelt, bobbel, buil] 1490} klanknabootsende vorming.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

bobbel znw. m., mnl. bobbel, bubbel ‘waterblaas, buil, bult’, mnd. bubbele, ne. bubble, nde. boble, nzw. bubbla ‘blaas’. Aan een onomatopoëtische reduplicatievorm van een woord als bol (FW 74) zal men wel niet moeten denken. Het woord is zuiver klanknabootsend, zoals blijken kan uit analoge woorden als ne. blubber, gr. bombulís, lit. bumbuls, oi. budbudas (Hellquist 109).

De betekenis van ‘mattenbies’ wijst op een plantnaam (naast bobel, bobber, bobberd), vgl. fri. popel, kokel en ne. popple, cockle, alles woorden die wijzen op de bloeiwijze van de planten (vgl. J. H. van Lessen, Ts. 56, 1937, 1-6).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

bobbel znw., mnl. bobbel, bubbel m. “waterblaas”, ook “waterstraal, plaats waar ’t water opborrelt, buil”. Vgl. mnd. bubbele v.; eng. bubble, de. boble, zw. bubbla “blaas”, vooral “waterblaas”.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

bobbel m., stam van bobbelen, + Eng. to bubble, Zw. bubbla: onomat. verdubbeling van den stam van bal, bol.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

bóbbel (zn.) 1. knobbel 2. mandfles; Nuinederlands bobbel <1490> < Aokens Bubbel.

F. Debrabandere (2011), Limburgs etymologisch woordenboek: de herkomst van de woorden uit beide Limburgen, Zwolle

boebel, zn.: klein jeneverflesje, zakflacon. Mnl. bobbel ‘buil’, Vnnl. bobbel ‘bulla (rond voorwerp)’ (Kiliaan). Het flesje kreeg blijkbaar de naam naar de kleine ronde vorm. Of vanwege het uitpuilen van de jaszak waarin zo’n flacon stak (Thewissen).

brobbel, broebel, borbel, zn.: pukkel, bobbel. Met epenthetische r uit bobbel. Borbel door metathesis.

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

broebel, zn.: bobbel, pukkel. Klankexpressieve var met r-epenthesis van bobbel.

F. Debrabandere (2007), Zeeuws etymologisch woordenboek: de herkomst van de Zeeuwse woorden, Amsterdam

brobbel ww.: luchtbel (in vloeistof), oneffenheid; koewachter, stommeling, onhandige kerel. Met epenthetische – ook klanknabootsende – r < Mnl., Vnnl. bobbel ‘waterblaas’. Klanknabootsende reduplicatie van bol, bal ‘(lucht)bolletje’. Afl. brobbelig ‘oneffen, hobbelig’. Samenst. brobbelies ‘oneffen ijs’.

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

1bobbel s.nw.
1. Lugbel wat in vloeistof opborrel. 2. Half ronde knobbel of swelsel.
Uit Ndl. bobbel (al Mnl. in bet. 1, 1655 in bet. 2), wsk. klanknabootsend gevorm. Eerste optekening in Afr. in Patriotwoordeboek (1902).
Eng. bubble (1481).

A.A. Weijnen (2003), Etymologisch dialectwoordenboek, Den Haag

brobbel dikke vrouw, dik kind, bobbel (Zuid-Nederland). Klankschildering.
Bernaerts 25, WNT III 25.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

bubbel, bobbel ‘gas- of luchtbel’ -> Deens boble ‘gas- of lichtbel’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors boble ‘gas- of luchtbel’ (uit Nederlands of Nederduits); Negerhollands bobbel, bobl ‘gas- of luchtbel’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

bobbel* knobbel, luchtbel 1490 [MNW]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut