Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

board - (bouwmateriaal)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

board zn. ‘bouwmateriaal’
Nnl. board ‘tafel der terechtzitting, gerecht’ [1855; Kramers], ‘besturend lichaam, raad van toezicht’ [1898; Dale], Board-handel ‘handel in meubelplaten’ [1951; WNT triplex II]. Nu vooral in de samenstellingen hardboard ‘harde vezelplaat’ [1955; WNT vezel] en zachtboard ‘zachte vezelplaat’ [1956; Dale Hwb.], een ontlening resp. halve leenvertaling van Engels hardboard resp. softboard.
Ontleend aan Engels board ‘id.’, eerder ‘karton, gelijmde plaat’ [1660], in deze specifieke betekenis ontwikkeld uit ‘(plankje ter) versteviging van een boekband’ [1533]; daarnaast ‘tafel waaraan een raad vergadert; bijeenkomst van een raad’ [1575], waaruit zich de betekenis ‘bestuurslichaam’ [1613] ontwikkelde; uiteindelijk teruggaand op Oudengels bord ‘plank, tafel’, dat cognaat is met → bord.
De betekenisontwikkeling in het Engels is onder meer verlopen van ‘plank’ via ‘tafel’ (nauwelijks aangetroffen in het Oudengels en wrsch. ontstaan onder invloed van Oudnoords borð ‘plank, boord, tafel’) tot ‘het gezelschap rond de tafel’. In een specialistische versie van deze betekenis, ‘bestuurslichaam’, is het aan te treffen in Nederlandse woordenboeken, steeds echter met de vermelding dat het om een Engels begrip gaat èn met als enige illustratie board of trade ‘kamer van koophandel’ (bijv. Dale 1992), zodat deze betekenis nauwelijks als Nederlands kan gelden. De attestatie in Kramers 1855 is een geïsoleerd geval.

EWN: board zn. 'bouwmateriaal'; de betekenis 'bouwmateriaal' (1951)
ANTEDATERING: Etalage-cartons ... Board [1933; Vlissingsche courant (KZ) 22/5]
Later: hardboard [1933; Limburger koerier (KB) 24/5] (EWN: 1955); eerst zacht board [1940; AHB 1/11]; dan zachtboard [1949; Limburgsch dagblad (KB) 14/1] (EWN: 1956)
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

board [bestuurslichaam, bouwmateriaal] {1901-1925 in de betekenis ‘bestuurslichaam’; de betekenis ‘bouwmateriaal’ na 1950} < engels board, hetzelfde woord als nederlands bord; uit de betekenis ‘plank’ ontwikkelde zich zowel die van ‘gelaagd materiaal om te plakken of af te timmeren’ als - via tafel - die van ‘aan de tafel zittende raad’.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

board (Engels board)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

board bestuurslichaam 1886 [KKU] <Engels

board bouwmateriaal 1951 [WNT triplet] <Engels

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut