Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

bluffen - (pochen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

bluffen ww. ‘pochen’
Mnl. bluffen ‘slaan, kloppen’ [1411 (kopie van ca. 1450); MNW]; vnnl. bluffen, blaffen ‘blaffen, keffen’ [1607; Kil.]; nnl. bluffen ‘bepaald kaartspel spelen’ [1761; WNT uitleggen], ‘pochen’ [1805; WNT] met daarbij het zn. blufferij ‘snoeverij’ [1793; WNT onbeschaamdheid].
Vermoedelijk een klanknabootsende vorming naar analogie van woorden als → ploffen; oorspr. is het hetzelfde woord als buffen, boffen ‘slaan, pochen’ [1450-1500; MNW] (met l-epenthese), wrsch. verband houdend met Oudfrans bufe ‘slag’ [1200] (Nieuwfrans buffe).
Misschien bestaat er een verband met mnl. blaffen ‘schimpen’ [midden 14e eeuw; MNW]. De betekenis ‘snoeven’ kan afgeleid zijn van een niet-geattesteerde betekenis ‘opblazen’, zoals ook in Frans bouffer ‘de wangen opblazen’ [1160-70]. Ook Engels bluff betekent ‘opzwellen’ [1722], maar de betekenis ‘pochen’ [1864] is wrsch. aan het Nederlands ontleend. Dat het Nederlands bluffen als term uit het kaartspel aan het Engels ontleend heeft, is onwaarschijnlijk, gezien de vroege attestaties van zowel → verbluffen [1588; Kil.] als van bluf ‘snoeverij’ en het kaartspel, dat ook roemen of pochen wordt genoemd (WNT).
bluf zn. ‘snoeverij’. Vnnl. bluf ‘snoeverij’ [1643; WNT haan I], ‘iets wat alles in zijn soort overtreft’ [1644; WNT].

EWN: bluffen ww. 'pochen'; de betekenis 'pochen' (1805)
ANTEDATERING: "Ballon" verstout te bluffen ' '"windbuil" matigt zich aan te pochen' [1719; Houbraken 2, 356] (1805)
EWN: ♦ bluf zn. 'snoeverij' (1643)
ANTEDATERING: bluf 'iets dat spot met alles in zijn soort' [1622; iWNT]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

bluffen [pochen] {1451-1500 in de betekenis ‘slaan’; als naam van een kaartspel 1761; de huidige betekenis 1855} < engels to bluff < middelnederlands bluffen [slaan, kloppen], vgl. middelnederduits verbluffen [onthutsen]; vermoedelijk klankschilderende vorming. De vorm was in het nl. verdwenen en werd opnieuw geleend (teruggeleend) uit het eng.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

bluffen ww. mnl. bluffen ‘slaan, kloppen’, vgl. mnd. vorbluffen ’onthutsen’ (daaruit nhd. verblüffen), nnl. verbluffen (sedert 1598). Men kan denken aan een klanknabootsende formatie, naar een interjectie bluf (ne. bluff ‘plomps’) naast buf (zie daarvoor: boffen), maar men kan wegens de betekenis van mnl. bluffen ook denken aan een intensief-formatie naast blouwen.

Intussen is voor het woord bluffen evenals voor znw. bluf herkomst uit het eng. zeer waarschijnlijk, evenals fra. bluff, bluffer, spa. bluff, blufar, nnoorw. bluff, bløff (Worgt 229).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

bluf: s.nw. en ww., “grootdoenery/-pratery; grootpraat”; Ndl. bluffen (veral sedert 17e eeu), Pd. bluffen/blüffen, Eng. bluff (misk. uit Ndl. of Pd. bluffen en onder invl. v. Ndl. of Pd. blaffen).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

bluffen (Engels to bluff)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

bluffen ‘pochen’ -> Fries bluffe ‘pochen’; Engels bluff ‘misleiden, met loze bedreigingen van de wijs brengen’; Deens bluffe ‘pochen’ ; Noors bløffe ‘pochen’ (uit Nederlands of Engels); Zweeds bluffa ‘opscheppen’ (uit Nederlands of Engels); Frans bluff ‘het pochen’ ; Italiaans bluff ‘bluf bij poker’ ; Pools blef ‘pochen’ (uit Nederlands of Frans); Kroatisch blef, bluff ‘doen alsof iets meer of beter is dan het in werkelijkheid is’ ; Macedonisch blef ‘doen alsof iets meer of beter is dan het in werkelijkheid is’ ; Servisch blef ‘bluf’ ; Sloveens bluf ‘illusie, bedrog’ ; Bulgaars blǎf ‘doen alsof iets meer of beter is dan het in werkelijkheid is’ ; Grieks mplofarō /blofaro/ ‘pochen’ ; Maltees blaff ‘pochen, bluf bij poker’ ; Esperanto blufi ‘pochen’ ; Turks blöf ‘grootspraak’ ; Perzisch belof ‘grootspraak’ ; Papiaments blòf ‘pochen’ (uit Nederlands of Engels).

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

bluffen pochen 1855 [WNT] <Engels

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut