Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

blubber - (modder)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

blubber zn. ‘modder’
Nnl. blubber ‘modder’ [1944; WNT Aanv.], blubber ‘id.; walvisspek’ [1952; Koenen]. Al eerder in de uitdrukking 'k schrok me de blubber! [1937; Coster 1998], ik werk me de blubber [1965; Coster 1998].
Wrsch. uit Engels blubber ‘walvisspek’ [1664; OED], Middelengels blub(b)er, blob(b)er ‘schuim, geborrel’ [1325; OED]. Vermoedelijk gaat het hier om klanknabootsende vormingen, net als bij het werkwoord blubberen ‘stamelen’ [1901; WNT], blabberen ‘opborrelen, doorsijpelen’ [1925; WNT knevel II], West-Vlaams blobberen ‘ruisen (van de wind)’.
Hierbij horen ook de werkwoorden me. blob(b)er, blub(b)er ‘opborrelen’ [1325; OED], ‘snotteren, luidkeels huilen’ [1400; OED]; ne. blubber ‘snotteren, grienen, blèren’; nhd. blubbern ‘bellen laten opstijgen’ [20e eeuw]; nfri. blabber, blabs, blabze. De betekenis ‘modder’ is ook te vinden in nnd. blubber ‘modder’ en nfri. blabber ‘modder’.
De betekenisontwikkeling in het Engels loopt van ‘schuim, geborrel’ via het borrelen van vet als er traan uit walvisspek gekookt wordt naar ‘walvisspek’. Het woord zou in de betekenis ‘walvisspek, walvisvet’ in het Nederlands ontleend kunnen zijn via de walvisvaart, waarna de betekenis aanzienlijk is uitgebreid en minder specialistisch is geworden: van een specifiek soort vette smurrie naar ‘smurrie’ in het algemeen en ‘modder’, de Nederlandse smurrie bij uitstek, in het bijzonder. Dat het woord ontleend is aan Fries blabber ‘modder, smurrie’ [1968; WFT] lijkt onwaarschijnlijk.
Als bijwoordelijke bepaling is de combinatie werkwoord plus zich de blubber productief geworden.

EWN: blubber zn. 'modder' (1944)
ANTEDATERING: blubber of spek (van een walvis) [1855; Huisvriend, 59]
Later: blubber "gecoaguleerde latex" [1912; NvdD voor Ned.Indië 8/8]; blubber 'modder' [1921; De Sumatra post (KB) 31/3] (EWN: 1944); 'k Schrok me de blubber [1935; Van Iependaal, 161] (EWN: 1937)
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

blubber [modder] {1926-1950} < engels blubber [walvisspek], klankschilderende vorming.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

blubber (Engels blubber)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

blubber modder 1937 [Aanv WNT] <Engels

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut