Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

blokhuis - (klein verdedigingswerk)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

blokhuis* [kleine sterkte, die de doorgang verspert] {blochuus 1562} van blok in de betekenis ‘balk, stronk’ en huis.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

blokhuis o. (gevangenis, wachttoren), Mnl. blochuus (waaruit Fr. blocus), met blok 2.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

blokhuis ‘klein verdedigingswerk’ -> Engels blockhouse ‘klein verdedigingswerk’; Frans blocus ‘insluiting van een stad, een haven, een kuststreek of een heel land met als doel contact met de buitenwereld te verbreken’; Italiaans blocco ‘(militair, politiek) (zee)blokkade’ .

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

blokhuis* klein verdedigingswerk 1562 [Naembouck]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut