Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

blindheid - (het niet of nauwelijks kunnen zien)

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

blindheid ‘het niet of nauwelijks kunnen zien’ -> Negerhollands blindheit, blindheid ‘het niet of nauwelijks kunnen zien’.

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

256. Met blindheid geslagen zijn,

d.w.z. verblind zijn, volkomen gebrek hebben aan inzicht. De spreekwijze is ontleend aan den bijbel, Deut. XXVIII, 28: De Heere sal u slaen met onsinnigheyt, ende met blintheyt, ende met verbaestheyt des herten.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal