Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

blikslager - (ambachtsman die blikken voorwerpen maakt en herstelt)

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

blikslaer s.nw.
1. Iemand wat met blik werk. 2. Niksnuts.
Uit Ndl. blikslager.

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

blik’slager (de, -s), (ook:) blikslager die tevens loodgieter is, loodgieter. Ze leidde hem [een werkman van het waterleidingsbedrijf] door alle kamers en liet hem tenslotte een enorme vlek zien in de muur van de wastafel van haar slaapkamer. ‘Mevrouw ik doe alleen maar wat ik doen moet. Dit is het werk voor de blikslager’ (Vianen 1979a: 136).

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

blikslager ‘ambachtsman die blikken voorwerpen maakt en herstelt’ -> Deens blikkenslager ‘loodgieter’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors blikkenslager, blikkslager ‘ambachtsman die blikken voorwerpen maakt en herstelt’ (uit Nederlands of Nederduits).

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut