Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

blikken - (verbleken)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

blikken2* in de uitdrukking zonder blikken of blozen [zonder verwarring te tonen] {niet bleycken of blosen 1629} hebben we te maken met een verbastering van (ver)bleken. De uitdrukking betekent dus ‘zonder van kleur te veranderen’.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

blikken 4 ono.w. (bleek worden), afgel. van bleek.

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

252. Zonder (te) blikken of (te) blozen,

d.w.z. zonder van kleur te veranderen, onbeschaamd. Het wkw. blikken beteekent hier verbleeken; dus hetzelfde als het 18deeeuwsche verblikken, dat door Sewel vertaald wordt door ‘to lose colour’, die ook verblikt verklaart door ‘verbleekt’. Onze tegenw. uitdr. heb ik niet in vroegere geschriften aangetroffen; wèl verblikken noch verblozen, dat Sewel citeert en dat te vinden is bij Paffenr. 132; Van Effen, Spect. X, 53; XII, 48. Ook zeide men in de 17de eeuw: bleeken noch blozen (Cats I, 254; Halma, 81; Ndl. Wdb. II, 2818; 2848) en verbleeken noch blozen (Tuinman I, 311). Zie Weiland, bij wien het eerst ‘blikken noch blozen’ staat opgeteekendVgl. nog De Bo i.v. blekken en Draaijer, 44: verblikken, verschieten.. Te vergelijken is ook de mnl. verbinding blicken ende roden (rood worden, blozen, doch niet van schaamte); roden ende bleiken (zie Mnl. Wdb. VI, 1483).

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut