Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

blikken - (glinsteren)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

blikken1* [glinsteren, noodseinen geven] {blicken, blecken [schitteren, schijnen, zichtbaar worden, duidelijk uitkomen] 1265-1270} een ablautvariant van blijken.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

blikken 1 ww., mnl. blicken ‘schitteren, in het oog vallen’, mnd. blicken ‘glanzen, zich vertonen’, ohd. blicchen ‘glanzen’. — Zie: blijken, en dus van deze stam gevormd met expressieve -kk- en korte klinker.

FW 71 wijst er op, dat de betekenissen ‘stralen, zich vertonen’ en ‘zien’ dicht bij elkaar liggen en vergelijkt lit. zerěti ‘stralen’ en osl. zĭrěti ‘zien’.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

blikken 1 ono.w. (schitteren), is evenals blekken, een afleid. van blaken.

blikken 3 ono.w. (bij het smelten van zilver en goud), denom. van 2. blik.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

blikken ‘van blik’ -> Sranantongo brekri ‘van blik’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut